Revisie

onderdelen-horloge-medium

Toen mijn vader vijftig werd, kreeg hij van zijn ouders een gouden horloge. Zijn oude horloge deed hij af.

Dat oude horloge had hij gedragen zolang ik me herinneren kon. Aan tafel heb ik als kind eindeloos naar zijn pols gekeken, vanwege dat horloge. Het was niet bijzonder mooi, maar wel opvallend, doordat het ovaal was.

Er was nog iets dat me fascineerde. Het horloge hoefde namelijk nooit opgedraaid te worden. Dat gebeurde vanzelf door de natuurlijke beweging van de pols, een klein wonder.

Ik weet niet meer precies wanneer ik het horloge kreeg, of dat al voor, of pas na zijn dood was. Ik herinner me ook niet of ik het direct ging dragen of dat daar tijd overheen ging. Het was iets intiems, het was immers mijn vaders horloge, ik moest een drempeltje over.

Maar al snel was ik eraan verknocht. Het stond nooit stil, liep altijd min of meer goed, en ik keek er graag naar. Het viel weleens tijdens het omdoen, ik legde het soms omgekeerd weg op het glas, maar het bleef lopen en er ging geen dag voorbij dat ik het niet droeg.

Tot een jaar geleden. De datum was eerder al stil blijven staan en ineens verstarden ook de wijzers. Opdraaien en schudden hielpen niet. Ik informeerde bij een juwelier in Buitenveldert wat de reparatie zou kosten. Het was zo’n fors bedrag dat ik het erbij liet.

Tot ik bijna vijftig werd en een cadeautje mocht bedenken dat ik van iedereen zou krijgen. Ja, het oude horloge van m’n vader in goede staat brengen. Het leek wel een beetje sentimenteel om zoveel geld uit te geven aan een uurwerk dat nooit heel chique of exclusief is geweest en alleen emotionele waarde heeft, maar ja.

We gingen naar een horlogemaker in Amsterdam, maar die kwam er niet uit. Er ontbraken onderdelen en er waren onderdelen stuk. Voor een second opinion gingen we naar een goed aangeschreven horlogemaker in Culemborg. Zojuist kreeg ik bericht dat het horloge aan het proefdraaien is. Het is volledig uit elkaar geweest, alle onderdelen zijn gecontroleerd en waar nodig vervangen. Bovenstaande foto zat bij de e-mail.

En vanochtend herinnerde ik me ineens het oorspronkelijke horlogebandje weer: een soort geweven kunstvezel, heel dun en heel stevig, onverwoestbaar. En ja, ik kan het me niet werkelijk herinneren, maar ik moet als peuter bij mijn vader op de arm of op schoot eindeloos aan dat horloge gezeten hebben, gefrummeld aan het knopje, het tegen m’n oor hebben gedrukt om te luisteren. Dus ja, sentimenteel? Ik geloof dat dat wel meevalt, maar wat fijn dat het bijna klaar is en ik het weer zal kunnen dragen.

Het raadsel Breda

plattegrond-maatschappij-van-weldadigheid-medium

Alle Wibiers in Nederland stammen af van Gabriel Wibier, die in 1823 met zijn gezin vanuit Mons naar Frederiksoord vertrok – op weg naar een beter bestaan.

Ik wist dat Gabriel Wibier in 1833 in Breda overleed, maar niet hoe hij daar terecht was gekomen. Het gezin Wibier woonde en werkte immers in Drenthe, in de Koloniën van Weldadigheid.

In d’Avereester kroniek die ik onlangs van m’n moeder kreeg – een echte Wibier – gaat het uitgebreid over Gabriel Wibier. Ik lees over het bestaan van een ‘laatste brief’ van Gabriel, gedateerd 6 september 1833:

Hij vraagt aan de Permanente Commissie van de Maatschappij in Den Haag toestemming om zijn kinderen in Parijs, die hij in geen jaren heeft gezien, te mogen bezoeken. Hij vraagt om een financiële toelage van 25 gulden voor deze reis die hij, om de kosten te drukken, te voet wil afleggen. Ook wil hij de zekerheid dat hij bij terugkomst weer toegelaten wordt tot de kolonie. (…) we mogen concluderen dat de reis kon doorgaan, want vijf weken later, op 13 oktober, overlijdt Gabriel Wibier in Breda, waarschijnlijk onderweg naar Parijs…

En zo is het raadsel Breda plotsklaps opgelost, en de verbeelding tegelijkertijd in gang gezet: in de herfst van 1833, met 25 gulden op zak, te voet van Drenthe naar Parijs, om daar je kinderen op te zoeken, en dan die vroegtijdige en ongelukkige afloop in Breda. Ik zou bijna zeggen, daar zit een verhaal in…

Wijze woorden

seneca-medium

Lang geleden zat ik bij mijn oom en tante in de achtertuin. We hadden het over mijn vader, die veel te jong gestorven is. Mijn tante ⏤ de zus van mijn vader ⏤ vertelde over de Romeinse filosoof Seneca en wat hij gezegd had over de lengte van het leven: dat je daar op verschillende manieren naar kunt kijken.

Vele jaren later zag ik op de toonbank van boekhandel Blankevoort in Amstelveen een serie boekjes van Seneca liggen. Dunne, kleurrijke boekjes, bijzonder mooi uitgegeven door Athenaeum⏤Polak & Van Gennep. Ik kocht De lengte van het leven en vond het prachtig.

En onlangs werd ik vijftig. Dat viel reuze mee ⏤ en het wende ook bijzonder snel. Toch was het de reden, vermoed ik, dat ik vanochtend juist het kleurrijke boekje van Seneca uit de boekenkast trok. Ik las de inleiding en die trof me zo dat ik hem hier overneem.

De meeste mensen […] klagen dat de natuur ons zo karig heeft bedeeld. Dat we maar kort op de wereld mogen blijven, dat de ons gegeven tijd zo vlug, zo razendsnel verloopt. Op een paar uitzonderingen na verliest haast iedereen het leven terwijl men zich nog warmloopt. […]

Onze tijd is helemaal niet kort! Nee, wij verspillen juist veel tijd. Het leven is lang genoeg, we krijgen royaal de ruimte om de werkelijk grote dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden. Maar als het leven ons door de vingers glipt in onze zucht naar luxe en door desinteresse, als we er niets goeds mee doen, zien wij de feiten pas onder ogen in uiterste nood: eerst beseften we niet hoe het voortging, daarna merken we dat het voorbij is.

Ja, zo is het. Het leven dat we krijgen is niet kort, wij maken het kort; we hebben er niet te weinig van, we gooien het met bakken overboord. Het is als met grote rijkdom van een koning: wanneer die in verkeerde handen valt is alles in een oogwenk verdwenen. Maar een bescheiden bezit dat wordt toevertrouwd aan iemand die er goed op past groeit met het gebruik. Zo vergaat het ook ons: wie de zaken goed inricht krijgt van het leven volop de ruimte. Wat klagen wij over de natuur? Die heeft zich heel welwillend opgesteld. Het leven is, wanneer je ermee kunt omgaan, lang.

Meer informatie
Lucius Annaeus Seneca (Wikipedia)