Honey

miel-de-salice-large

When I think about sweet, I think about honey, and when I think about honey, I think about my younger sister. She is a professional beekeeper in France.

I have had the chance to see from up close how honey is produced. Particularly impressive is the thick unfiltered substance that comes straight from the honeycombs.

It made me think about artists, writers, bloggers. The end result may look clean, but the raw material usually isn’t. Just like honey — my contribution to this week’s WordPress photo challenge: Sweet.

Read more
Miel de Salice

Cherry blossom

bloesempark-large

We live in Amstelveen, a municipality adjacent to Amsterdam and home to the largest Japanese community in the Netherlands.

At walking distance from the city centre but somewhat hidden lies the Bloesempark (‘blossom park’). The park’s 400 cherry trees were gifted to the city by the members of the Japanese Women’s Club. Funny detail; all trees have names, 200 male, 200 female.

Every year in spring, the Cherry Blossom Festival is celebrated here. Japanese and other citizens gather beneath the blossoming cherry trees to celebrate hanami, ‘flower viewing’.

Easily overlooked, the Bloesempark is a real gem. If you ask me, it’s by far the most beautiful spot in Amstelveen. If you happen to visit Amsterdam in the future, definitely worth a tour!

Beloved

jacques-aubrun-large

In the early eighties we spent two summer vacations at the Loire, in the former home of the painter Jacques Aubrun.

In the dusty atelier with the large windows, a ping pong table stood between dozens, maybe hundreds of paintings. We had to fetch the balls from behind the frames.

As a souvenir my parents bought a few drawings and one of them is hanging in our living room. It reminds me of Vincent van Gogh, and of those summer vacations in which we children, inspired by Jacques Aubrun, felt as artists to be.

This memory is my contribution to this week’s WordPress photo challenge: Beloved.

Loving Vincent

loving-vincent-shot-medium

In het Noordbrabants Museum is nu de tentoonstelling Loving Vincent te zien, gewijd aan de totstandkoming van de gelijknamige film. Zondag gingen we er heen, samen met m’n moeder.

We betraden het statige gebouw waarin het museum gehuisvest is en kwamen in een ruimte die tot aan het plafond gedecoreerd was in de stijl van Van Gogh. De suppoost wees ons de opening in de wand, bij wijze van welkom en misschien ook wel als aansporing.

We stapten een andere wereld binnen. Een ruimte met hoge stellages waaraan kleurige geschilderde panelen hingen. Waren het beelden uit de film? Vast en zeker, maar hoe zat dat dan?

Een rekensommetje. Negentig minuten film, dat is negentig keer zestig seconden. Met vierentwintig beelden per seconde komt dat uit op 130.000 beelden. 130.000 geschilderde panelen?! Dat leek onmogelijk. Maar nogmaals, hoe zat het dan?

De tweede ruimte stond in het teken van keuzes die gemaakt moesten worden. Van de plekken, personages en schilderijen die het verhaal wel, of juist niet hadden gehaald. Op de grond lagen de plaatsen die moesten afvallen: Borinage, Nuenen, Saint-Rémy.

In de derde ruimte hingen ingelijste panelen van de personages. Armand Roulin, Adeline Ravoux, dokter Gauchet. Op een beeldscherm interviews met enkele acteurs, zoals de jonge actrice die de 16-jarige prostituee La Mousme speelde. Maar hoezo acteurs in wat toch een geschilderde animatiefilm heette?

In de vierde ruimte werden uitdagingen behandeld. Hoe om te gaan met uitsneden? Hoe een scène overdag om te zetten in een nachtelijke variant? En hoe kon film noir het verhaal helpen? Als een detective immers gaat hoofdpersoon Armand Roulin in de film op onderzoek uit.

In de vijfde en laatste ruimte draaide een video met Dorota Kobiela, de regisseur/schrijver en maker van de film. Ze vertelde hoe de film ontstond. Dat ze hem aanvankelijk in haar eentje had willen maken, maar dat dat haar tachtig jaar gekost zou hebben. En pas toen begonnen de kwartjes – eindelijk – op hun plaats te vallen.

Eerst werd het plot bedacht. Armand Roulin, zoon van postbode Joseph Roulin, reist een jaar na Van Gogh’s dood van Arles naar Auvers-sur-Oise. Daar ontdekt hij de toedracht van Van Gogh’s dood: een geweerschot, al of niet per ongeluk gelost, door een groep jongens.

Vervolgens werd het verhaal in vier weken gefilmd en in tien weken gemonteerd.

Daarna kwam het meest bijzondere werk. Voor de film waren 65.000 beelden nodig. Die beelden moesten met olieverf worden geschilderd in de stijl van Van Gogh. Door kleine wijzigingen aan te brengen op een geschilderd paneel konden steeds nieuwe beelden gefotografeerd worden tot een paneel ‘op’ was en zijn eindstaat bereikte. In totaal 125 kunstenaars werkten aan 1.000 panelen.

Het duurde tien jaar totdat de film gerealiseerd was. Waar haal je de moed vandaan aan zoiets te beginnen?

De suppoost was uiterst hartelijk toen we weer tevoorschijn kwamen uit de opening in de wand en mijn moeder liet weten hoezeer ze hiervan genoten had. Wij hadden dat ook, en terwijl onderstaand citaat van Dorota Kobiela in mij nagloeide verlieten we het gebouw om terug te keren naar huis.

Ik voel dankbaarheid voor hem en voor alle kunstenaars die worstelen om kunst te maken die ons raakt en die ons helpt ons bestaan zin te geven. Op een bepaalde manier is Loving Vincent mijn liefdesbrief aan Vincent en ik zou willen dat hij wist, hoeveel ik en zoveel anderen over de hele wereld van zijn werk houden, omdat dat tijdens zijn leven maar zo weinig gebeurde.

Meer informatie
Loving Vincent (Wikipedia)

Schokland

schokland-large

Image a narrow island, just a few meters above sea level. Some villages and a fishing port.

Now replace the sea with grassland, as far as the eye can see. And replace the sloshing of water with — silence.

There you go, this is the former Dutch island of Schokland (’shock land’). The island is still there, but the sea is gone.

A very quiet spot, surrealistic and poetic. The former fishing port is my contribution to this week’s WordPress photo challenge: Silence.