Little book

in-no-great-hurry-medium

Woensdag heb ik hem dan gekeken, In No Great Hurry: 13 Lessons in Life with Saul Leiter. In deze documentaire uit 2012 vertelt de Amerikaanse fotograaf Saul Leiter (1923-2013) over zijn eigen – onbelangrijkheid.

Aan de tand gevoeld over zijn professionele leven kan hij helemaal niks vinden om heel trots op te zijn, niet omdat het niet goed was, maar omdat het, in het grote geheel, zo weinig was.

En dan komt hij te spreken over zijn boek, geen idee welk boek hij bedoelt, hij noemt het zijn little book. Eerst spreekt hij zijn verbazing uit dat het boek er überhaupt gekomen is, andere fotografen verdienen een eigen boek, niet hij. Dan vervolgt hij dat “a few people” er plezier aan hebben beleefd.

En dat is dan het hoogtepunt van zijn professionele leven. Niet eens het little book zelf, maar wat het teweegbracht bij “a few people”. Zo kijkt Saul Leiter op 87-jarige leeftijd terug op zijn leven.

In de hele documentaire maar een kleine anekdote, maar hij trof me, raakte me, want ook ik heb mijn little book, en ik geloof dat ik kan navoelen wat Saul Leiter bedoelt. Een little book, het is weinig, en tegelijkertijd genoeg.

Meer informatie
In No Great Hurry: 13 Lessons in Life with Saul Leiter

Bleu

trois-couleurs-medium

Gisterochtend stond ik bij de bushalte. Het was kwart voor acht. De avond ervoor had ik Bleu van Krzysztof Kieslowski gezien. Op de poster in het bushokje stond de naam van de nieuwe geur van Chanel: Bleu.

Door de beslagen ruit in de badkamer, eerder die ochtend, had ik naast elkaar drie kleuren gezien. Drie mistige vlekken: blauw van een handdoek, wit van een t-shirt, rood van een handdoek.

Trois couleurs, in de volgorde van Kieslowski’s drie films: Bleu (1993), Blanc (1994), Rouge (1994).

Ik overwoog een bus later te nemen, een foto te maken door de beslagen ruit. Maar de handdoeken en het t-shirt zouden er niet meer hangen. Daarom besloot ik dit wonderlijke toeval op dit weblog in woorden te bewaren.

Boterstad Oss

boterfabriek-medium

Industriestad Oss ligt halverwege ‘s-Hertogenbosch en Nijmegen. Het is een stad met een twijfelachtige reputatie. Van messentrekkers, messenstekers, de bende van Oss.

Ik kom uit Oss.

Met meer dan gewone belangstelling keek ik naar de aflevering over voedsel in de serie Onzichtbaar Nederland van de VPRO. Want daarin gaat het over Oss.

In deze aflevering wordt het volgende verhaal verteld, hierbij in mijn eigen woorden naverteld.

Oss was vanouds boterstad. Oss had namelijk een boterwaag. Die waag stond op een heuvel in een drassig gebied met weilanden waarop koeien graasden. Die heuvel werd het centrum van Oss.

Twee families legden zich toe op de boterhandel: de familie Jurgens en de familie Van den Bergh. Ze beconcurreerden elkaar op leven en dood en floreerden beiden.

De katholieke Jurgens had zijn fabrieken naast de grote kerk. De fabrieken van de joodse Van den Bergh lagen een stukje verderop.

In 1869 werd in Frankrijk de kunstboter uitgevonden. Beide fabrikanten zagen direct het potentieel en het lukte hen kort na elkaar het recept te bemachtigen.

De margarine was niet áán te slepen. Iedereen wilde margarine. Jurgens en Van den Bergh moesten de handen ineenslaan om het transport te moderniseren. Dat lukte. Er kwamen spoorvertakkingen naar de beide fabrieksterreinen.

De vraag naar margarine was echter zo groot dat ook transport per spoor ontoereikend was. Een kanaal tussen Oss en de Maas kon soelaas bieden, maar dit keer kwamen de ruziënde fabrikanten er niet uit. Ze konden het niet eens worden over de precieze locatie. Het kanaal kwam er niet.

Daarop besloot Van den Bergh om zijn fabriek naar Rotterdam te verplaatsen. Een geweldige slag voor de werkgelegenheid in Oss. Het werd nog erger toen ook Jurgens zijn fabriek naar Rotterdam verplaatste.

In Rotterdam troffen Van den Bergh en Jurgens elkaar weer en in 1927 besloten ze samen te gaan onder de naam Margarine Unie. Niet lang daarna fuseerde de Margarine Unie met de Britse zeepfabrikant Lever Brothers. Unilever was geboren.

Wat een verhaal. Een geweldig voorbeeld van storytelling. Er is natuurlijk meer te vertellen over Oss. Over de ellende na het vertrek van Van den Bergh en Jurgens. De werkeloosheid, de criminaliteit, de opkomst van de vleesverwerkende industrie en later ook de farmaceutische industrie.

Maar in de kern zie je hier de kracht van storytelling aan het werk. Alle elementen van een goed verhaal zijn aanwezig: strevende personages, een hoogoplopend conflict, een intrige, een onverwachte ontknoping, en in de slipstream: betekenis, zingeving.

Messentrekkers, messenstekers, de bende van Oss. Oke, die ook. Maar het begon met de boterstad Oss. Ja, boterstad Oss, dáár kom ik vandaan.

Unfinished

saul-leiter-medium

Saul Leiter (1923-2013). Het is lang geleden dat ik na een tentoonstelling niet kon ophouden met terugdenken aan wat ik gezien had.

Onderdeel van het retrospectief dat nu te zien is in het Antwerpse fotomuseum FoMu is een documentaire uit 2012. Saul Leiter zit in een leunstoel in zijn atelier en vertelt.

In de documentaire praat hij over zijn werk, over fotografie. Hij lijkt op de een of andere manier ook met zichzelf in gesprek, niet verwonderlijk als je achtentachtig bent en het eind van je leven nadert.

I spent a great deal of my life being ignored. I was always very happy that way. Being ignored is a great privilige.

In de tentoonstellingsruimte is het een drukte van belang. De vibe is levendig, opgetogen zelfs. Er wordt volop genoten van wat er te zien is. Veel amateurfotografen met camera’s ook. Waar te beginnen met kijken? De foto’s zijn niet chronologisch gerangschikt. Bij de pijl dan maar.

It is not where it is or what it is that matters, but how you see it.

De eerste foto toont een jonge vrouw op straat die opkijkt met een onuitsprekelijke blik. De foto zet mij op het spoor van de gedachte dat beeldtaal werkelijk een volstrekt andere taal is dan woordtaal.

De ogenschijnlijke zwart-witfoto iets verderop opent m’n ogen en staat prompt op m’n netvlies gegrift. Een straat in New York. Een besneeuwd verkeerslicht brandt helder groen.

In dit retrospectief wordt Saul Leiter gepresenteerd als de eerste fotograaf die in kleur fotografeerde, ver voordat dit mainstream werd, en in een tijd dat er op kleur nog werd neergekeken.

Zwart-wit versus kleur. Dat heldere groen en die grauwe sneeuw. Het is niet uit te leggen, alleen te ervaren, geloof ik, door ernaar te kijken.

Hidden in the ordinary are great beauties.

Saul Leiter woonde zijn hele leven in New York. Hij kwam de stad nauwelijks uit en maakte zijn foto’s in de paar straten rond het huizenblok waar hij woonde.

Zo ook een andere foto, blijkbaar, aan het slot van de tentoonstelling. Een straat in New York, misschien wel dezelfde, wie zal het zeggen. Rechts, opnieuw, een besneeuwd verkeerslicht. Links een man en een vrouw, de vrouw in een rode jas en met een rode paraplu. Het rood van haar jas en het rood van haar paraplu zijn rood zoals het verkeerslicht groen is en verder is alles zwart-wit.

Photographs are often treated as important moments, but really they are little fragments and souvenirs of an unfinished world.

Er lijkt zoveel meer over te zeggen. Maar ik ga nu eerst op zoek naar die documentaire, In No Great Hurry: 13 Lessons in Life with Saul Leiter.

En ja, als ik er dan toch nog iets over zou moeten zeggen, en ik had maar drie woorden tot m’n beschikking, dan zouden het deze zijn: green, red, unfinished.

Etten

van-gogh-herinnering-aan-de-tuin-in-etten-medium

’s Ochtends drinken we koffie bij mijn schoonouders in Breda. Daarna hebben we zin naar een museum te gaan. Maar het Breda’s Museum en MOTI blijken te fuseren en zijn voorlopig gesloten. Wat nu? Zo komen we op het idee naar Etten te gaan.

Na zijn mislukking als evangelist in de Borinage keerde Vincent van Gogh in het voorjaar van 1881 op 28-jarige leeftijd terug naar zijn ouders. Die woonden toen in Etten, waar zijn vader sinds 1875 dominee was.

In de kerk is sinds kort een permanente tentoonstelling ingericht. Daarin draait het om de eerste schreden als kunstenaar die Vincent van Gogh hier in Etten zette. Want direct na zijn aankomst ging hij aan de slag en tekende hij zijn eerste zaaiers, spitters en knotwilgen.

De tekeningen lukten niet altijd. Zelf zag hij dat ook. Hoe mooi is de observatie van zijn vriend Van Rappart, die over een zaaier schrijft: “’t Is geen man die zaait maar een man die poseert voor zaaier.” Vincent geeft Van Rappart gelijk en schrijft terug: “Over een jaar of een paar jaar, dan zal ik er pas toe komen om een zaaier die zaait te maken.”

De tentoonstelling laat zien wat er die acht maanden in Etten gebeurde, van de aankomst in april tot aan de knallende ruzie met kerst, toen Vincent door zijn vader het huis uit werd gezet.

Zeven jaar later raadde Paul Gauguin Vincent van Gogh aan te gaan schilderen vanuit de herinnering. Dat deed hij en hij maakte Herinnering aan de tuin in Etten. De afgebeelde vrouwen zijn zijn moeder en jongste zus Willemien. Het schilderij hangt in de Hermitage in Sint-Petersburg. Het wordt nooit uitgeleend en is daarom minder bekend.

Terug naar de kerk in Etten, deze stille woensdag in januari. De dame die ons de rondleiding geeft – andere bezoekers zijn er niet – is uiterst gedreven en behulpzaam en gaandeweg ontstaat een beeld van hoe het in Etten daadwerkelijk allemaal begon. Van de reproductie van de Herinnering aan de tuin in Etten zijn we alledrie even stil.

Vincent van Gogh. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

Life in color

met-bonnie-medium

Iets bewaren van wat voorbij gaat. De WordPress challenge van deze week, Transcript, raakt voor mij aan de essentie van bloggen, fotograferen, schrijven.

For this week’s challenge, preserve something ephemeral by transforming it.

Something ephemeral, ja, maar wat dan? Een brief, ansichtkaart, oude foto, knipsel?

Ik kies voor het eerste dat in me opkomt, namelijk de allereerste kleurenfoto in mijn fotoalbum. Dit ben ik met Bonnie, het lieve hondje van mijn oom en tante uit Westervoort.

Een foto die op mijn netvlies gegrift staat, maar die ik niet zo snel aan iemand zou laten zien. En omdat hij steeds verder verkleurt en mettertijd helemaal oranje zal zijn, kies ik ervoor juist deze foto van mij en Bonnie op dit blog te bewaren.

Mensch sein

mensch-sein-medium

Zo heette de expositie van fotografe Jenny Wesly in het Kunstkabinet van het Joods Historisch Museum. Vandaag was het de laatste dag dat deze kleine tentoonstelling te zien was.

Enigszins op het verkeerde been gezet ging ik erheen. Ik meende dat de titel verwees naar het Jiddische “Mensch sein”: menselijk zijn, iemand zijn met compassie, met mededogen.

Dat was wel zo, maar de titel verwees ook naar de spreuk van Goethe die in Jenny Wesly’s ouderlijk huis hing: “Mensch sein, heißt: Kämpfer sein!” Dat geeft andere associaties en zet aan tot nadenken. Wanneer ben je – Mensch?

De tentoonstelling bestond uit drie delen. Allereerst foto’s van het joodse leven in Amsterdam in de jaren tachtig, een blik van binnenuit. Daarnaast foto’s van het ouderlijk huis in Maastricht waar Jenny Wesly’s moeder woonde. En tenslotte het kunstenaarsboek in oplage één dat zij in 1995/1996 maakte over haar moeder.

Het was een drukte van belang in de kleine ruimte. Ik was er nog maar net, of een flinke groep kwam binnen, daaronder ook bekenden van de fotografe. De drie projecten werden uitgebreid toegelicht en de aanwezigen werd gevraagd te delen wat hun favoriete foto was en waarom.

Nadat ik in het restaurant koffie had gedronken ging ik terug om beter te kijken. Een nieuwe groep had zich verzameld en werd toegesproken in wat een soort herdenkingsbijeenkomst leek. Daar hoorde ik dat Jenny Wesly al ziek was toen de tentoonstelling werd geopend en dat zij in december is overleden.

Ik had niet eerder van haar gehoord en ben blij dat ik ben gaan kijken. En terwijl ik dit schrijf denk ik na over de zegswijze die op haar website staat en die tijdens de herdenkingsbijeenkomst werd aangehaald:

Een mens kan zijn eigen beeld niet zien in stromend water, maar wel in water dat stilstaat.