Like versus love

harira-soep-medium

Ik las de laatste veertig bladzijden en sloeg het boek dicht. We deden boodschappen, ik dacht na over het boek, over wat ik erover zou schrijven, als ik er iets over zou schrijven.

Thuis at ik soep, gekocht in een glazen fles, een etiket met een kameel erop, soep met kikkererwten. Terwijl ik de soep at, schreef ik een stukje voor dit blog en plaatste het.

Ik bleef eraan denken, het was wel veel bij elkaar: iets over boeken, over handel, over een leeservaring, een atoombom, de overgang naar e-books, verhalen bewaren, over het woordje like en die pendant love.

Over al die onderwerpen was veel meer te zeggen dan ik had gedaan, het kon ook beter, dus begon ik te schaven en te schaven en twee dagen later verwijderde ik het stukje omdat ik het niet goed kreeg. Ik doe het nog wel opnieuw, dacht ik.

Maar waarom zou iets goed moeten zijn? Voortschrijdend inzicht, dus plaats ik het gewoon opnieuw, zonder een letter te veranderen, alleen de link verwijst nu naar een ander filmpje, het juiste:

Vroeger hield ik van de geur van nieuwe boeken, van ongeknakte ruggen, van een ongedraaid leeslint, van de illusie de eerste te zijn.

Tegenwoordig kom ik niet graag meer in boekwinkels. Ik ga liever naar kringloopwinkels, naar plekken waar boeken in overvloed zijn, maar waar ze geen handel meer zijn, waar ze vijftig cent kosten of een euro.

Vorige week zaterdag waren we bij de kringloopwinkel in Aalsmeer en ik stond tussen de kasten op de eerste etage en zag tussen de ruggen waar mijn blik zo’n beetje half bewust langs ging ineens een boek dat mijn aandacht trok.

Een mij onbekende titel van de Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss, auteur van De geschiedenis van de liefde en Het grote huis. Met recht een beduimeld exemplaar, de kaft nat geweest en kromgetrokken, de bladzijden enigszins verkleurd al. Man komt kamer binnen, zo heet het, en het is haar debuut.

Ik ging zitten in de geïmproviseerde zithoek van afgedankte meubelen, een beetje als een showkamer bij IKEA, en begon in de proloog, getiteld Juni 1957. Een bus rijdt door de woestijn. Een proloog van vijf bladzijden en ik werd compleet weggeblazen, inclusief huiveringen, lichamelijke reactie bij mij voorbehouden aan muziek en film, en zelfs dan nooit op afroep.

Ik sloeg het boek dicht en klemde het stevig vast, alsof iemand het uit m’n hand zou willen grissen.

In een blog van afgelopen donderdag getiteld An end of books vertelt marketing goeroe Seth Godin op een milde, respectvolle, prachtige manier waarom het fysieke boek na vijfhonderd, nee, duizenden jaren symbool te hebben gestaan voor ontwikkeling, geletterdheid, vooruitgang, volgens hem op het punt staat te verdwijnen om nooit meer terug te komen.

Terug naar de eerste vijf bladzijden van het eerste boek van Nicole Krauss. Ik zocht op YouTube: hoe zat dat dan, in juni 1957, en ik vond een filmpje, en ik heb sterk het vermoeden dat Nicole Krauss hetzelfde filmpje gezien heeft én gebruikt, en de bottom line is dat het niet uitmaakt waar we onze verhalen bewaren, dat het niet geeft als het fysieke boek verdwijnt, dat het niet uitmaakt of we verhalen bewaren als proza of als film, áls ze maar ergens worden bewaard.

Stel dat me gevraagd zou worden, wat vind je van Nicole Krauss? Ik weet niet hoe ik het in het Nederlands zou zeggen, een beetje afhankelijk van met wie ik in gesprek zou zijn, denk ik, ik zou iets zeggen als, goed. In het Engels is het anders, daar is er dat onderscheid tussen like en love, ja, als ik in het Engels zou moeten zeggen, dan zou ik het wel weten: I love Nicole Krauss.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s