Tripje

duikboot-professor-zonnebloem-medium

Aan het begin van de middag komen we aan in Louvain-la-Neuve, iets voorbij Brussel. We gaan naar Musée Hergé, het museum gewijd aan de bedenker – schepper, zouden ze daar zeggen – van Kuifje.

Het is niet druk in het museum deze laatste week van het jaar. Bij de kassa worden we begroet door een vrolijke Bobby van karton. Een lift brengt ons naar boven waar de route begint.

Door het lezen, jaren geleden, van De kunst van Hergé ben ik anders gaan kijken naar Kuifje. Meer naar de zeggingskracht van de afzonderlijke tekeningen dan naar het eindresultaat in de boeken.

Musée Hergé heeft een fantastische verzameling tekeningen, foto’s en objecten. Werkelijk onweerstaanbaar is het levensgrote model van de duikboot van professor Zonnebloem.

De teksten op de wanden zijn echter maar zozo. Een suikerlaagje ligt over Hergé. De misère in zijn leven is vakkundig onder het tapijt gemoffeld. We zien louter gelukkige foto’s van de kunstenaar die volgens de tekst maar één “mindere eigenschap” bezat, namelijk bescheidenheid.

’s Avonds rijden we in kou en dichte mist de Ardennen in. Vlak voordat we Redu bereiken lost de mist plotseling op. Voor de tweede keer in een paar maanden tijd parkeren we de auto voor La Reduiste, het uiterst charmante en gastvrije hotel annex boekwinkel annex vegetarisch restaurant, waar we tijdens de autorit een kamer hebben geboekt.

De volgende ochtend is de wereld wit. Het vriest, de lucht is kraakhelder. Na het ontbijt volgen we een wandelroute langs de Lesse waarvan het stilstaande water aan de oevers al bevroren is. We hopen een ijsvogel te zien, maar dat gebeurt natuurlijk niet. Ook niet als we hem proberen te lokken door via youtube een soortgenoot hardop te laten roepen.

De collectie tweedehands boeken van La Reduiste is geweldig, beter dan die in een boekhandel of bibliotheek. Al mijn favoriete auteurs tref ik er aan. Ik neem Proust en Kafka ’s middags mee naar onze kamer. Vooral Kafka past wonderwel bij de winterse en stille plek waar we nu zijn.

’s Avonds gaan we uit eten in Rochefort, een half uur rijden van Redu. De weg voert door een bos. Het is nieuwe maan, wegverlichting is er niet. Zo donker als het hier is, heb ik het maar zelden meegemaakt.

We eten subliem, maar vriendelijk zijn de Belgen niet, in ieder geval niet richting ons. Dat merkten we ook al in Musée Hergé. Gedragen we ons niet comme il faut? Of is het omdat we Nederlanders zijn?

Op de terugweg zet ik de auto stil in de berm. We stappen naar buiten. Sterren fonkelen als diamanten aan het firmament, de een nog helderder dan de andere.

De volgende ochtend laat de eigenaar van La Reduiste me het bijgebouw zien. Het is er ijskoud. Hier komt sanitair, een keukentje. Dit wordt een ruimte voor schrijvers die een tijdje ongestoord willen werken. Ik heb er wel oren naar. Maar eerst moeten de vijftigduizend bibliotheekboeken waarmee de ruimte nu tjokvol staat verscheept worden naar Afrika.

Voordat we terugrijden naar Nederland maken we een laatste wandeling, hoog boven de Lesse. Het vriest dat het kraakt. Het is te koud om lang te lopen. Terug bij de auto maak ik nog gauw even een paar foto’s. En dan zit het erop, ons spontane tripje naar België.

Een gedachte over “Tripje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s