Waterman

waterman-medium

‘Euhh, ik heb een Waterman vulpen. Twintig jaar geleden voor het laatst gebruikt. Zou die het nog doen?’
‘Jawel, dan moet u het voorste deel een paar dagen in koud water leggen.’
‘Bestaan er dan nog inktpatronen voor?’
‘Jazeker, wilt u zwart, blauw, of blauwzwart?’
‘Nou ja, doet u mij dan maar een doosje blauwzwart.’

Een paar weken geleden stond ik voor de toonbank van kantoorboekhandel Van Der Heijde in de Amsterdamse Langebrugsteeg. We hadden net een luxe balpen gekocht voor mijn 91-jarige schoonvader en waren klaar. En toen flapte ik dit er dus uit.

Mijn Waterman vulpen. Die had ik, inderdaad, in geen eeuwigheid gebruikt. Wist niet eens precies waar hij was. Lag hij nog ergens thuis, of was hij naar de opslag gegaan? Dat laatste waarschijnlijk.

Het volgende weekend reden we erheen. En, ongelooflijk, in de tweede bewaardoos die ik opende zat een archiefdoos, en in die archiefdoos zat een leren etuitje, en in dat leren etuitje zat de vulpen.

Ik kocht hem in 1992 in een kantoorboekwinkel aan de Utrechtse Oudegracht. Hij was belachelijk duur. Een onverantwoorde uitgave voor de student die ik toen was. Maar ik had een beetje geld gekregen uit een erfenis en ik besloot iets te kopen waar ik mijn hele leven plezier van zou hebben.

Ik hield toen al van schrijven. Droomde ervan ooit schrijver te worden. Ik schreef gewoon met een balpen of op de oude schrijfmachine die ik voor een habbekrats gekocht had en waarvan één letter — ik weet niet meer welke — soms haperde. Maar een vulpen, die had ik niet, en ja, die zou ik wel willen hebben, maar dan moest het wel een Waterman zijn.

Een Waterman vulpen. Dat chique Parijse merk dat voor Nederlanders zo makkelijk is uit te spreken. Waarom juist een Waterman? Daarvoor moet ik nog weer verder terug, naar de kern van dit verhaal, naar de lente van 1989.

Ik ben eenentwintig en kijk samen met mijn vader naar de vierdelige televisieserie Nauwgezet en wanhopig. In dit programma van televisiemaker Wim Kayzer vertellen George Steiner, György Konrád, Gabriel García Márquez en Jorge Semprun over hun leven. Van herinneringen aan de vroegste kinderjaren tot aan het heden waarbij de grote levensvragen aan bod komen.

Mijn vader en ik zitten ademloos aan de buis gekluisterd, in het bijzonder bij de Britse hoogleraar George Steiner en de Hongaarse schrijver György Konrád. En dan zegt George Steiner het volgende. Ik kan dit hier reproduceren, omdat mijn vader mij na afloop de vier boekjes van Nauwgezet en wanhopig cadeau heeft gedaan, ik hoef het dus maar over te schrijven.

Steiner: Ik had een Waterman vulpen gekregen, een buitensporige luxe.
Kayzer: Roomkleurig, bruin..?

Steiner: Bruin. Een bruine Waterman met een gouden randje. Met een opschrijfboekje. Ik weet nog hoe ik schreef…
Kayzer: U was toen..?

Steiner: Vijf. (…) Toen kwam er een fantastische vrouw, een Schotse, mij lesgeven in Shakespeare.
Kayzer: Het begin van een grote liefde?
Steiner: Een grote passie. Zij liet me stukken uit mijn hoofd leren. En al gebruikt u verder niets van dit interview, dit hopelijk wel: Culturen waarin kinderen niets uit het hoofd leren, vernietigen heden en verleden. Je houdt alleen van wat je onthoudt. Vandaar: “onthouden”. Wat je onthoudt kan je nooit worden afgenomen. Je kunt in een duistere kamer zitten, bang, ziek, opgesloten en je draagt de bagage van de vrijheid in je: wat je onthouden hebt. Nog steeds probeer ik dingen uit het hoofd te leren. Uit liefde, omdat het prettig is. Het geheugen is een spier, en net als armen en benen verslapt het als je het niet gebruikt.

Mijn vader, die toen al ziek was, heeft deze zinnen, vanaf “Je houdt alleen van wat je onthoudt”, in een notitieboekje opgeschreven. Ze zijn tijdens zijn uitvaart voorgelezen.

Van die vier televisieavonden in de lente van 1989, waarin wij samen keken en praatten na afloop, is de Waterman vulpen als symbool overgebleven.

Toen ik jaren later in Utrecht bij de kantoorboekwinkel aan de Oudegracht naar een vulpen vroeg, en vertelde dat hij best iets mocht kosten, koos ik geen bruine Waterman, ik was immers George Steiner niet. Het werd een zwarte, wel met een gouden randje.

Een pen, te luxe om mee te schrijven. Een symbool van iets dat eigenlijk te groot was. Dus ik schreef — paradoxaal genoeg — met andere pennen, goedkope pennen, en bijna nooit met mijn Waterman. En toen kwam de computer en veranderde alles. De Waterman kwam niet meer uit het leren etuitje en verhuisde later in een archiefdoos naar de opslag.

En daar lag hij totdat ik mezelf daar voor de toonbank van kantoorboekhandel Van Der Heijde ineens die vraag hoorde stellen:

‘Euhh, ik heb een Waterman vulpen. Twintig jaar geleden voor het laatst gebruikt. Zou die het nog doen?’

Meer informatie
Nauwgezet en wanhopig

2 gedachtes over “Waterman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s