Interview

Interview door Carmen Tuma (2014)

Brillenjood is de debuutroman van Joost Bruins. Hoofdpersoon Larza weet niet goed wat hij met zijn leven wil en neemt na een bijzondere ontmoeting een rigoureus besluit: hij vertrekt naar een kibboets. Brillenjood is een bewogen verhaal over een zoektocht. Aanleiding voor een gesprek met de schrijver.

Voordat je met je roman begint, citeer je filosoof Friedrich Nietzsche met de uitspraak ‘Word wie je bent’. Waarom heb je voor dit citaat gekozen?
Naar mijn idee ben je in het leven steeds bezig iemand te worden. Dat biedt kansen. Maar een ander mens worden? Nee, dat kan niet. Door te leven, door schade en schande dus, ontdek je dat. Daarover gaat het boek.

In hoeverre is je roman autobiografisch?
Ik heb vroeger een tijdje in een kibboets gewerkt en ja, mijn vader was toen ziek. Dat zijn autobiografische elementen. Voor de rest is alles geconstrueerd of, zo je wilt, bedacht.

Dus je bent niet eigenlijk Larza?
Ik herken wel iets, maar hij is toch ook anders. Larza weet niet van ophouden; waar ieder ander het bijltje er allang bij neer had gegooid. Romans gaan vaak over een hoofdpersoon die iets nastreeft en daarbij ten val komt. In dit boek gebeurt dat ook en ondertussen leert hij iets belangrijks.

Wat leert hij?
Dat je goed bent zoals je bent.

Vanwaar de titel?
Tijdens het schrijven heette het gewoon ‘kibboets’, maar als titel was dat niet goed. Het woord brillenjood komt bijna als een voetnoot ergens in het verhaal voor. Als je het boek uit hebt en erover nadenkt, tja, dan klopt het wel.

Waarin ligt je interesse voor het Jodendom precies?
Lastige vraag. Het is een gevoel, maar dat is natuurlijk geen antwoord. Ik zou bijna zeggen: het staat in het boek, maar dat is niet eens waar, alleen tussen de regels. Ik kan het toch niet beter zeggen dan ik in het boek gedaan heb.

Tijdens je verblijf in Israël heb je ook in een kibboets geleefd, een socialistische gemeenschap. Hoe heb je dit ervaren? Voelde het als een natuurlijke manier van leven?
Wat ik heel mooi vond, wat ik niet zal vergeten, was dat iedereen meetelde, ertoe deed. Of het een natuurlijke manier van leven is? Dat weet ik niet. De kibboets bestaat niet meer op die manier. Samenleven is niet zo gemakkelijk.

De verjaardag van Larza valt samen met Jom Kippoer, Grote Verzoendag. Waarom heb je zijn verjaardag met deze heilige dag gecombineerd?
Larza bereikt de symbolische leeftijd van eenentwintig jaar, een leeftijd die de volwassenwording inluidt. De belangrijkste gebeurtenis in het boek vindt die dag plaats. Ik zal hem niet verklappen. Het is een keerpunt. Het was dat ook voor mij trouwens, tijdens het schrijven.

In het verhaal weigert rabbi Pinchas om Larza Joods te laten worden. Hij beweert dat het de grillen van de jeugd zijn. Hoe zie jij dat?
Ik heb me vroeger een tijdlang verdiept in het Jodendom. Nu is het twintig jaar later en alles wat ik gezien, gehoord, gelezen en meegemaakt heb is door het koffiefilter van de tijd gedruppeld. Daar is dit boek uitgekomen. Ik kijk nu anders dan toen, maar de vraag naar wie je bent, naar of je ook iemand anders kunt worden, die blijft interessant, vind ik.

In je boek schrijf je: ‘Als alles hier mislukt, kan ik altijd nog dat worden. Schrijver. Iemand die zich kwijt van een voor het oog van de buitenwereld zinloze taak.’ Wat maakt het schrijverschap voor jou een zinvolle taak?
Als je een gesprek met iemand voert, dan kan dat heel mooi zijn, stimulerend. Maar wanneer het voorbij is, dan is het weg. Je hebt alleen herinneringen en die vervagen. Zo werkt de tijd: alles wordt uitgewist. Door te schrijven kun je het bewaren en, groot wonder, terughalen. In feite bewaar je door te schrijven iets van de dingen waar je van houdt.