Eindredactie: de fijne kneepjes

eindredactie-medium

Eindredactie is onderdeel van je werk als communicatieadviseur. Maar wat is het eigenlijk? En hoe kun je het naar een hoger plan brengen? Hierbij de tips die ik meenam uit de training Eindredactie bij De Redactie.

Dit zegt Carrièretijger over het werk van een eindredacteur: ‘Controleert alle bijdragen inhoudelijk. Als eindredacteur verbeter je taal- en spelfouten, ga je na of de gegeven informatie juist en volledig is en of bij het maken van artikelen of reportages alle geldende juridische en ethische regels in acht zijn genomen.’

Oké, maar dat is in de praktijk nog helemaal niet zo makkelijk. Wat kun je leren van professionele eindredacteuren? Wat is het verschil tussen print en online? En hoe zit het met goed en fout in taal? Hierbij de tips die ik meenam, wie weet zit er iets bij waar je wat aan hebt.

Coachende rol eindredacteur

  • coach degenen die nieuws schrijven in dat beter te doen
  • geef schrijvers een stijlgids en zorg dat ze zich eraan houden
  • coach schrijvers in tone of voice

Nieuws en eindredactie

  • beantwoord in het intro de vijf w’s: wie, wat, waarom, wanneer, waar
  • zorg altijd voor een actieve kop
  • breng het laatste nieuws in de kop
  • gebruik een chapeau bij grote verhalen
  • vermijd aanloopzinnen in de intro, kom direct ter zake
  • leun bij het maken van een kop en intro even achterover: waar gaat het echt over?
  • herhaal nooit klakkeloos externe media, voeg er wat aan toe: wat betekent dit voor ons, duid het
  • een goed persbericht is vrijwel identiek aan een nieuwsbericht
  • full quote-interview is modern en kan goed
  • zet een autoriteit achter je, bijvoorbeeld nu.nl – ‘dit is hoe mensen nieuws lezen’

Taal, spelling en leestekens

  • grijp niet in als het niet fout is – ‘één van de moeilijkste facetten van het vak’
  • begrijpelijke taal B1: pas op voor debilisering van de lezer, gebruik gerust vaktaal/jargon en licht dat dan toe in de volgende zin
  • maak onderscheid tussen typo’s en spelfouten
  • pas op voor stadium van hypercorrectie
  • enkele aanhalingstekens zijn moderner dan dubbele, maar het mag allebei
  • in een opsomming met bullets bij voorkeur geen punt of puntkomma op het eind (ouderwets)
  • onder invloed van online zijn accenttekens aan het verdwijnen, zet ze zo min mogelijk
  • schrijf alle getallen als cijfers, met uitzondering van het getal een
  • de puntkomma verdwijnt uit de Nederlandse taal

Online versus print

  • grote verschil print en online: in print kun je overal prikkels plaatsen, in online zie je alleen het begin, dat moet dus knallen
  • hou online de klassieke eyetracker heatmap in gedachten, die volgt de F-vorm, daar pak je de lezer: bovenaan horizontaal, iets daaronder horizontaal, that’s it
  • zorg dat een pagina eindigt met iets om op te klikken
  • laat in online de strenge regels voor print los, speel ermee
  • denk in goede eerste zinnen omdat die bij delen zichtbaar worden
  • het ik-perspectief is echt iets voor online
  • hou rekening met responsiveness, werk daarom in blokjes
  • de chapeau in print werkt vaak goed als kop in online
  • werk met koppen en tussenkoppen, samen moeten die het verhaal vertellen, maak het het scannende oog zo makkelijk mogelijk
  • zorg voor goede anchortekst, dus niet ‘klik hier’ maar ‘download jaarverslag over 2017’
  • hou rekening met keywords voor vindbaarheid in google, maar probeer google niet te slim af te zijn, dat wordt afgestraft

En nog twee grappige weetjes

  • ‘de Engelse ziekte’, het foutief los schrijven van samenstellingen
  • ‘het donorprincipe’, een bedrijfsnaam of productnaam neem je over, zelfs als hij fout is (iPhone)

Meer informatie
Training Eindredactie, De Redactie Trainingen, Monnickendam

Storytelling leren

story-medium

Storytelling is hot. Maar wat ís het eigenlijk? Ja, verhalen vertellen, maar wat voor verhalen? En hoe doe je dat? Ik volgde een training bij Nobbe Mieras. Wat leer je daar?

Om kwart over negen arriveer ik op de Zuidas bij het chique Crowne Plaza waar de training gegeven wordt.

De eerste verrassing is het kleine zaaltje, waar maar vijf cursusmappen klaarliggen. Mijn medecursisten zijn een pr-consultant, een jurist, een ICT’er en een contractmanager. We maken kennis en dan gaan we, hop, aan de slag.

Verhalen vertellen is van alle tijden en van alle culturen, maar storytelling is specifieker. Het doel is om mensen in beweging te brengen. Door een appèl op angst of op hoop. Een agressieve scène uit The Wolf of Wall Street en de beroemde toespraak van Martin Luther King illustreren het.

Hoe werken verhalen eigenlijk? Dat gaan we ervaren. Sluit je ogen en open je rechterhand, vertelt onze trainster. Stel je een citroen voor. Voel het gewicht. Breng je hand naar je neus en ruik aan de citroen. Bijna allemaal ruiken we citroen. De laatste tien jaar wordt hier veel onderzoek naar gedaan. Iemand die ijs ziet eten heeft bijna dezelfde hersenactiviteit als iemand die daadwerkelijk ijs eet.

Zo werken goede verhalen ook.

We hebben allemaal een presentatie meegenomen die we vandaag gaan verrijken met storytelling. We volgen een stappenplan waarvan de eerste de belangrijkste is: de moraal van het verhaal. Die heeft altijd de vorm als-dan. Als we onze dijken nu niet verhogen, dan bestaat Nederland straks niet meer. Het klinkt wat kinderachtig, maar het wordt al gauw duidelijk wat het verschil is tussen een verhaal zonder moraal en een verhaal met moraal. Het een is oeverloos, het andere gefocust.

We leren dat twee soorten verhalen een moraal tot leven kunnen brengen: een anekdote en een analogie. Met een van beide — we mogen zelf kiezen — gaan we aan de slag. Ik kies voor een anekdote over Kodak dat aan de wieg stond van de digitale fotografie, maar verzuimde de uitvinding te vermarkten. Dat moet mijn moraal illustreren: als je niet digitaliseert verlies je je klanten.

Oké, maar wat is dat appèl dan dat mensen in beweging brengt? Onze trainster maakt een verrassende vergelijking met een olifant. Zijn mensen al in beweging, richt je dan op de ratio (=berijder). Moeten mensen nog in beweging komen, richt je dan op de emotie (=olifant).

Stapje na stapje werken we ons verhaal uit. Ondertussen bespreken we filmpjes waarin de spreker het goed of juist goed fout doet. Vanwege het beeldende detail van de big church hat zíen we de kleine vrouw van zestig in Barack Obama’s beroemde Fired Up? Ready To Go!

Halverwege de middag. We zijn er nu bijna. We leren dat je de eerste en de laatste zin van je verhaal vastlegt en dat je het verhaal zelf uit je hoofd vertelt. Dat je het een keer of vijf moet vertellen voordat het goed ingeslepen is. Dat je al doende merkt dat sommige dingen er beter uit kunnen en andere er juist in moeten.

En dan is het zover: een voor een staan we voor de groep en vertellen we ons verhaal. Uit het hoofd. Presenteren vind ik niet per se leuk. Maar hier in dit kleine zaaltje met mijn vier medecursisten is het anders dan anders. Na afloop begin ik me te realiseren dat ik iets belangrijks geleerd heb.

Ik ga dit leuk vinden. En met dit elixer, om in storytelling jargon te blijven, nemen we afscheid van elkaar en keer ik, meer dan voldaan, naar huis terug.

Boterstad Oss

boterfabriek-medium

Industriestad Oss ligt halverwege ‘s-Hertogenbosch en Nijmegen. Het is een stad met een twijfelachtige reputatie. Van messentrekkers, messenstekers, de bende van Oss.

Ik kom uit Oss.

Met meer dan gewone belangstelling keek ik naar de aflevering over voedsel in de serie Onzichtbaar Nederland van de VPRO. Want daarin gaat het over Oss.

In deze aflevering wordt het volgende verhaal verteld, hierbij in mijn eigen woorden naverteld.

Oss was vanouds boterstad. Oss had namelijk een boterwaag. Die waag stond op een heuvel in een drassig gebied met weilanden waarop koeien graasden. Die heuvel werd het centrum van Oss.

Twee families legden zich toe op de boterhandel: de familie Jurgens en de familie Van den Bergh. Ze beconcurreerden elkaar op leven en dood en floreerden beiden.

De katholieke Jurgens had zijn fabrieken naast de grote kerk. De fabrieken van de joodse Van den Bergh lagen een stukje verderop.

In 1869 werd in Frankrijk de kunstboter uitgevonden. Beide fabrikanten zagen direct het potentieel en het lukte hen kort na elkaar het recept te bemachtigen.

De margarine was niet áán te slepen. Iedereen wilde margarine. Jurgens en Van den Bergh moesten de handen ineenslaan om het transport te moderniseren. Dat lukte. Er kwamen spoorvertakkingen naar de beide fabrieksterreinen.

De vraag naar margarine was echter zo groot dat ook transport per spoor ontoereikend was. Een kanaal tussen Oss en de Maas kon soelaas bieden, maar dit keer kwamen de ruziënde fabrikanten er niet uit. Ze konden het niet eens worden over de precieze locatie. Het kanaal kwam er niet.

Daarop besloot Van den Bergh om zijn fabriek naar Rotterdam te verplaatsen. Een geweldige slag voor de werkgelegenheid in Oss. Het werd nog erger toen ook Jurgens zijn fabriek naar Rotterdam verplaatste.

In Rotterdam troffen Van den Bergh en Jurgens elkaar weer en in 1927 besloten ze samen te gaan onder de naam Margarine Unie. Niet lang daarna fuseerde de Margarine Unie met de Britse zeepfabrikant Lever Brothers. Unilever was geboren.

Wat een verhaal. Een geweldig voorbeeld van storytelling. Er is natuurlijk meer te vertellen over Oss. Over de ellende na het vertrek van Van den Bergh en Jurgens. De werkeloosheid, de criminaliteit, de opkomst van de vleesverwerkende industrie en later ook de farmaceutische industrie.

Maar in de kern zie je hier de kracht van storytelling aan het werk. Alle elementen van een goed verhaal zijn aanwezig: strevende personages, een hoogoplopend conflict, een intrige, een onverwachte ontknoping, en in de slipstream: betekenis, zingeving.

Messentrekkers, messenstekers, de bende van Oss. Oke, die ook. Maar het begon met de boterstad Oss. Ja, boterstad Oss, dáár kom ik vandaan.