Storytelling leren

story-medium

Storytelling is hot. Maar wat ís het eigenlijk? Ja, verhalen vertellen, maar wat voor verhalen? En hoe doe je dat? Ik volgde een training bij Nobbe Mieras. Wat leer je daar?

Om kwart over negen arriveer ik op de Zuidas bij het chique Crowne Plaza waar de training gegeven wordt.

De eerste verrassing is het kleine zaaltje, waar maar vijf cursusmappen klaarliggen. Mijn medecursisten zijn een pr-consultant, een jurist, een ICT’er en een contractmanager. We maken kennis en dan gaan we, hop, aan de slag.

Verhalen vertellen is van alle tijden en van alle culturen, maar storytelling is specifieker. Het doel is om mensen in beweging te brengen. Door een appèl op angst of op hoop. Een agressieve scène uit The Wolf of Wall Street en de beroemde toespraak van Martin Luther King illustreren het.

Hoe werken verhalen eigenlijk? Dat gaan we ervaren. Sluit je ogen en open je rechterhand, vertelt onze trainster. Stel je een citroen voor. Voel het gewicht. Breng je hand naar je neus en ruik aan de citroen. Bijna allemaal ruiken we citroen. De laatste tien jaar wordt hier veel onderzoek naar gedaan. Iemand die ijs ziet eten heeft bijna dezelfde hersenactiviteit als iemand die daadwerkelijk ijs eet.

Zo werken goede verhalen ook.

We hebben allemaal een presentatie meegenomen die we vandaag gaan verrijken met storytelling. We volgen een stappenplan waarvan de eerste de belangrijkste is: de moraal van het verhaal. Die heeft altijd de vorm als-dan. Als we onze dijken nu niet verhogen, dan bestaat Nederland straks niet meer. Het klinkt wat kinderachtig, maar het wordt al gauw duidelijk wat het verschil is tussen een verhaal zonder moraal en een verhaal met moraal. Het een is oeverloos, het andere gefocust.

We leren dat twee soorten verhalen een moraal tot leven kunnen brengen: een anekdote en een analogie. Met een van beide — we mogen zelf kiezen — gaan we aan de slag. Ik kies voor een anekdote over Kodak dat aan de wieg stond van de digitale fotografie, maar verzuimde de uitvinding te vermarkten. Dat moet mijn moraal illustreren: als je niet digitaliseert verlies je je klanten.

Oké, maar wat is dat appèl dan dat mensen in beweging brengt? Onze trainster maakt een verrassende vergelijking met een olifant. Zijn mensen al in beweging, richt je dan op de ratio (=berijder). Moeten mensen nog in beweging komen, richt je dan op de emotie (=olifant).

Stapje na stapje werken we ons verhaal uit. Ondertussen bespreken we filmpjes waarin de spreker het goed of juist goed fout doet. Vanwege het beeldende detail van de big church hat zíen we de kleine vrouw van zestig in Barack Obama’s beroemde Fired Up? Ready To Go!

Halverwege de middag. We zijn er nu bijna. We leren dat je de eerste en de laatste zin van je verhaal vastlegt en dat je het verhaal zelf uit je hoofd vertelt. Dat je het een keer of vijf moet vertellen voordat het goed ingeslepen is. Dat je al doende merkt dat sommige dingen er beter uit kunnen en andere er juist in moeten.

En dan is het zover: een voor een staan we voor de groep en vertellen we ons verhaal. Uit het hoofd. Presenteren vind ik niet per se leuk. Maar hier in dit kleine zaaltje met mijn vier medecursisten is het anders dan anders. Na afloop begin ik me te realiseren dat ik iets belangrijks geleerd heb.

Ik ga dit leuk vinden. En met dit elixer, om in storytelling jargon te blijven, nemen we afscheid van elkaar en keer ik, meer dan voldaan, naar huis terug.

Boterstad Oss

boterfabriek-medium

Industriestad Oss ligt halverwege ‘s-Hertogenbosch en Nijmegen. Het is een stad met een twijfelachtige reputatie. Van messentrekkers, messenstekers, de bende van Oss.

Ik kom uit Oss.

Met meer dan gewone belangstelling keek ik naar de aflevering over voedsel in de serie Onzichtbaar Nederland van de VPRO. Want daarin gaat het over Oss.

In deze aflevering wordt het volgende verhaal verteld, hierbij in mijn eigen woorden naverteld.

Oss was vanouds boterstad. Oss had namelijk een boterwaag. Die waag stond op een heuvel in een drassig gebied met weilanden waarop koeien graasden. Die heuvel werd het centrum van Oss.

Twee families legden zich toe op de boterhandel: de familie Jurgens en de familie Van den Bergh. Ze beconcurreerden elkaar op leven en dood en floreerden beiden.

De katholieke Jurgens had zijn fabrieken naast de grote kerk. De fabrieken van de joodse Van den Bergh lagen een stukje verderop.

In 1869 werd in Frankrijk de kunstboter uitgevonden. Beide fabrikanten zagen direct het potentieel en het lukte hen kort na elkaar het recept te bemachtigen.

De margarine was niet áán te slepen. Iedereen wilde margarine. Jurgens en Van den Bergh moesten de handen ineenslaan om het transport te moderniseren. Dat lukte. Er kwamen spoorvertakkingen naar de beide fabrieksterreinen.

De vraag naar margarine was echter zo groot dat ook transport per spoor ontoereikend was. Een kanaal tussen Oss en de Maas kon soelaas bieden, maar dit keer kwamen de ruziënde fabrikanten er niet uit. Ze konden het niet eens worden over de precieze locatie. Het kanaal kwam er niet.

Daarop besloot Van den Bergh om zijn fabriek naar Rotterdam te verplaatsen. Een geweldige slag voor de werkgelegenheid in Oss. Het werd nog erger toen ook Jurgens zijn fabriek naar Rotterdam verplaatste.

In Rotterdam troffen Van den Bergh en Jurgens elkaar weer en in 1927 besloten ze samen te gaan onder de naam Margarine Unie. Niet lang daarna fuseerde de Margarine Unie met de Britse zeepfabrikant Lever Brothers. Unilever was geboren.

Wat een verhaal. Een geweldig voorbeeld van storytelling. Er is natuurlijk meer te vertellen over Oss. Over de ellende na het vertrek van Van den Bergh en Jurgens. De werkeloosheid, de criminaliteit, de opkomst van de vleesverwerkende industrie en later ook de farmaceutische industrie.

Maar in de kern zie je hier de kracht van storytelling aan het werk. Alle elementen van een goed verhaal zijn aanwezig: strevende personages, een hoogoplopend conflict, een intrige, een onverwachte ontknoping, en in de slipstream: betekenis, zingeving.

Messentrekkers, messenstekers, de bende van Oss. Oke, die ook. Maar het begon met de boterstad Oss. Ja, boterstad Oss, dáár kom ik vandaan.

Purpose

People think that having a disability is a barrier. But that’s not the way I see it.

We hebben het in communicatie soms over de purpose van een bedrijf. Het hogere doel. Dat wat de producten of diensten van een bedrijf toevoegen aan de kwaliteit van ons leven, of onze samenleving, of onze toekomst.

Die purpose formuleren is nog niet zo eenvoudig. Een purpose komt vaak ook wat gekunsteld over. Producten en diensten lijken veel op elkaar. Of het nu om stroom gaat, openbaar vervoer, levensmiddelen of betalingsverkeer. En veel producten en diensten hebben we gewoon nodig, als water uit de kraan.

En Apple? Wat is de purpose van Apple anno 2016 volgens Apple zelf?

Bovenstaand filmpje, waarmee Apple donderdag haar keynote opende, laat het zien. Technologie helpt mensen met een beperking (handicap) dingen te doen die anders onmogelijk zijn. Dingen die het leven waardevol maken. Dingen die vanzelfsprekend lijken. Contact maken. Bewegen, zien, horen.

Als je het woord beperking wat ruimer neemt, dan hebben we allemaal beperkingen. Fysiek, mentaal, emotioneel. Niet per se handicaps, zoals in het filmpje, maar even goed beperkingen, dingen die ons niet zo goed afgaan of die we helemaal niet kunnen.

Technologie helpt niet alleen mensen zoals Sady Paulson. Met technologie kunnen ook wij afstand overbruggen (berichten app), de beperkingen van ons geheugen omzeilen (notities app), vluchtige momenten in beelden bewaren (camera app), et cetera.

Apple is natuurlijk niet het enige bedrijf dat producten maakt die dat kunnen. Technologie is technologie, Apple heeft daarop het alleenrecht niet. Maar er zijn maar weinig bedrijven die de snaar van purpose zo goed weten te raken.

When technology is designed for everyone. It lets anyone do whatever they love. Including me. (Sady Paulson)

Vijf tips voor communicatieprofessionals

micha-simhon-2-medium

Wat hebben kunst en communicatie, mijn vakgebied, met elkaar te maken?

Die vraag houdt me bezig sinds ik foto’s van Micha Simhon zag op GRID 2012, de Internationale Fotografie Biënnale die dit jaar in Nederland werd gehouden.

Uit Micha Simhon’s werk heb ik voor mezelf een paar lessen gedestilleerd.

  1. Oude tools werken nog steeds
    Als je zoekt in Google op Micha Simhon kun je zien met welke camera hij zijn foto’s gemaakt heeft: een oud digitaal toestel dat inmiddels geen cent meer waard is. Nieuwe tools zijn cool, zeker. Maar oude tools werken nog steeds.
  2. Vakmanschap is onontbeerlijk
    De wereld verandert razendsnel. Temidden van al die veranderingen blijft er behoefte aan vakmanschap. Een speech schrijven, een (e-)magazine maken, een community opbouwen, mensen inspireren en in beweging brengen: de tools zijn gratis en voor iedereen beschikbaar, maar ze effectief gebruiken vergt vakmanschap.
  3. Het draait om het verhaal
    Michon’s fotografie vertelt een verhaal. De foto, het beeld, is de drager van de emotie, waardoor het grotere verhaal kan binnenkomen.
  4. Een simpel idee is sterker
    Een musicus met zijn instrument. Kan het simpeler? Een eenvoudig idee is bijna altijd sterker dan een gecompliceerd idee. Maar eenvoudig is niet hetzelfde als gemakkelijk.
  5. Just do it
    Een musicus met zijn instrument, een meisje met haar paard, een jongen met zijn vlieger: simpele ideeën, maar ze zijn niks waard tot ze worden uitgevoerd, tot het harde werk van het maken achter de rug is.

Het is zo makkelijk iets te bekritiseren en zo moeilijk iets te maken. Heb je een idee waar een verhaal in schuilt? Of je nu oude of nieuwe tools hebt, zet je vakmanschap in en neem de gok. Maak het.

Just do it.

Just setting up my twttr

jack-dorsey-medium

Afgelopen maandag was het vijf jaar geleden dat Jack Dorsey de allereerste tweet – “just setting up my twttr” – de wereld instuurde en zo twttr lanceerde.

In die vijf jaar is Twitter niet alleen spectaculair gegroeid; het tempo van die groei wordt ook alsmaar hoger. Wat dat betekent, dat zie je bijvoorbeeld aan de numbers op het blog van Twitter zelf.

Twitter is dus razend populair, maar waarom eigenlijk? Daar is van alles over te zeggen. Vooral als je bedenkt dat de helft van alle berichten nooit door iemand gelezen wordt.

Twitter doet mij altijd denken aan een luidruchtig feestje waarop iedereen door elkaar praat. Sommige mensen praten weinig, anderen praten veel, maar iedereen praat door elkaar.

Op Twitter luister je naar wat anderen zeggen door hen te volgen. Dat gaat heel gemakkelijk. Maar wat betekent het om 20, 50, 100, 300, 1700, 4400 mensen te volgen? Dat zijn 20, 50, 100, 300, 1700, 4400 mensen die door elkaar kakelen.

Daar word je natuurlijk gek van. Twitter biedt zelf de handige mogelijkheid Oost-Indisch doof te worden: je kunt een lijst maken, openbaar of stiekem, waar je het handjevol mensen op zet waar je écht naar luistert. En waarmee je communiceert door eens een reactie te twitteren of een conversatie te starten.

Twitter is een voorbeeld van technologie die iets mogelijk maakt dat mentaal niet te verwerken is. Wie weet komt dat ooit. Nu is het nog niet zover. Want om de woorden van de Griekse wijsgeer Aristoteles te parafraseren:

Wie veel mensen volgt, volgt niemand.

Handig: social media icoontjes voor je website

Als je een eigen website hebt en actief bent op social media, dan heb je ze waarschijnlijk al: icoontjes die linken naar je account op Twitter, op Facebook, et cetera.

Op internet zijn heel veel icoontjes te vinden. Sommige zijn gratis, voor andere moet worden betaald.

De icoontjes die ik zelf gebruik zijn gratis, met het verzoek van de makers te linken naar hun website. Basic, maar mooi (en vectorgebaseerd, dus schaalbaar). Je vindt ze hier.

Wil je originelere icoontjes, kijk dan bijvoorbeeld eens hier.

Succes!