Eerste liefde

smena-8m-medium

Op mijn dertiende verjaardag kreeg ik mijn eerste camera.

Ik herinner me de verwachtingsvolle blik van mijn ouders toen ze me het cadeautje overhandigden.

Uit een rechthoekig doosje kwam een toestel tevoorschijn in een kunstleren fototasje. Een Smena 8M, een Russische camera waarvan sluitertijd, diafragma en afstand handmatig waren in te stellen.

Ik was eerst verbaasd en toen verrukt en hechtte me prompt volledig aan de camera.

Zelfs nu nog weet ik precies hoe het indrukken van de plastic ontspanknop van de Smena 8M voelde: door de weerstand heen en dan die harde klik. Of het instellen van de afstand: de metalen ring draaide zo soepel.

Mijn ouders gaven mij de camera met begeleidende tekst: ze hoopten dat ik lid zou worden van de fotoclub op mijn middelbare school. En dat deed ik. In de kelder van de school leerde ik dat jaar het wonder van de donkere kamer kennen.

En toen kwam het trauma.

Ineens zat het wieltje van het filmtransport vast. Geen beweging in te krijgen. Ik ging terug naar de winkel waar mijn ouders het toestel gekocht hadden. De verkoper haalde de camera mopperend uit het tasje en wierp het toestel toen zo, met een welgemikte worp, in de vuilnisbak.

Mijn Smena 8M!

“Dat kan ik nog gebruiken,” zei hij over het tasje. En gaf mij met tegenzin een nieuwe doos, met daarin een nieuwe Smena 8M, waaraan ik me niet meer kon hechten.

Ik hoef m’n ogen niet te sluiten om het harde plastic van de Smena 8M weer te voelen. De camera waarmee ik, zo jong als ik was, op pad ging, op zoek naar dingen die het waard waren vastgelegd te worden.

Zoals Jimmy, de hond van de buren. Of het donkere water van de Geffense plas. Of de Starfighters op vliegbasis Volkel die met enorm lawaai kwamen aanrijden en draaiden om op te stijgen.

Na de Smena 8M volgden andere camera’s en ze waren allemaal stukken beter in alle opzichten.

En toch blijft mijn Smena 8M wat hij die ochtend van mijn dertiende verjaardag voor mij al was: mijn eerste liefde.

Meer informatie
Smena 8-M (Camerapedia)

Uitzicht

nicéphore-niépce-medium

Mijn vrouw kwam gisteren van de vrijmarkt met een stapeltje boeken. Voor mij had ze een geschiedenis van de fotografie gescoord: een ongelezen exemplaar van Hans-Michael Koetzle’s Photo Icons, The Story Behind the Pictures, 1827—1991.

Louis-Jacques-Mandé Daguerre wordt algemeen beschouwd als uitvinder van de fotografie. Over het procédé van de naar hem vernoemde daguerreotypie vertelt Wikipedia:

Bij daguerreotypie wordt een gepolijste, verzilverd koperen plaat gebruikt. Deze wordt lichtgevoelig gemaakt met jodiumdampen. Deze levert na blootstelling aan kwikdampen (ontwikkelen) positieve, spiegelende beelden. Het beeld wordt gefixeerd in een zoutoplossing, en dan afgespoeld met water.

Maar Louis-Jacques-Mandé Daguerre staat als tweede in de index van Photo Icons. Hij moet een andere Fransman boven zich dulden: Nicéphore Niéce, die tien jaar eerder een fotografisch beeld van de werkelijkheid wist vast te leggen met een methode die hij heliografie noemde, ‘schrijven met de zon’. Wikipedia zegt daarover:

Bekend is dat hij in 1822 zijn eerste foto produceert dankzij een stof die hij ontdekt (Syrisch asfalt) die weliswaar oplosbaar is in terpentijn, maar na lange belichting niet meer oplosbaar is. Zo ontstond in 1826 een foto, genomen vanuit het venster van zijn werkkamer, met een belichtingstijd van acht uur.

Dat is de bovenstaande afbeelding, Point de vue du Gras, de allereerste foto ter wereld. Uitzicht, vastgelegd op asfalt. Wow!

Meer informatie
Joseph Nicéphore Niépce (Wikipedia)

Hello goodbye Leica

leica-medium

Af en toe krijg ik een onweerstaanbaar verlangen naar een Leica. Dan ga ik zoeken op internet. Een Leica! De ultieme kleinbeeldcamera, door grote fotografen in hun hart gesloten. De camera waarmee het in 1925 allemaal begon.

Een occasion natuurlijk, want een nieuwe is onbetaalbaar. Maar welke? Een Leica IIIf uit 1950? Qua kosten te overzien, maar hij ziet er zo vreemd uit. Of een van de meetzoekercamera’s uit de M-serie?

Bijvoorbeeld de mooie Leica M3 uit 1954? Of een latere versie, zoals de Leica M4 uit 1966? Of juist de allerlaatste versie, de Leica M6 uit 1984?

Maar jee, wat zijn ze duur, zelfs na vijftig jaar nog! En dat is alleen de body, er moet ook nog een lens bij. En wat ga ik er eigenlijk mee doen? Zwart-wit negatieffilm, bestaat dat nog? En diafilm? Ja, Fuji Velvia 50, wat een prachtfilm was dat. Dan koop ik er gelijk een paar. Of nee, wacht, meteen tien.

En dan ga ik de straat op, net als al die fotografen die door hun Leica ineens bevrijd werden van de houten box op driepootstatief en de assistent die de spullen moest helpen tillen. Die met hun kleine Leica, zo totaal niet intimiderend, mensen vastlegden, straatscène’s, historische gebeurtenissen, foto’s die vervolgens overal verschenen: in galeries, in kranten, in magazines.

Oh, wat zal dat mooi zijn, fotograferen met mijn Leica! Maar toch even, waar laat ik de dia’s? Bestaan die grijze boxen nog die je zo handig stapelt? En een diaprojector, kun je daar nog aankomen?

En terwijl ik op internet aan het zoeken ben, verdringen deze laatste zorgen het plezier steeds meer. Want ja, zo zal het gaan, dat is m’n voorland als ik die Leica heb. Het heeft geen zin. Niet voor niets is de ontwikkeling van camera’s na 1954 gewoon doorgegaan, ook bij Leica zelf.

En terwijl ik de vele tabbladen moedeloos aan het dichtklikken ben, komt een hele nieuwe gedachte in me op. Want wacht eens even, wat was het belangrijkste woord als het om Leica gaat? Bevrijding.

Maar dan heb ik helemaal geen Leica nodig! Want ik heb een even precies gemaakte metalen camera die nog kleiner is dan de Leica! Die zo weinig intimiderend is dat werkelijk niemand er aanstoot aan neemt. Die net zo simpel is als de Leica en die een superbe kleurweergave heeft, even mooi als Velvia 50.

Ja, m’n geliefde iPhone… Ik zocht naar een Leica, en ik wist niet dat ik hem al had…