Uitzicht

nicéphore-niépce-medium

Mijn vrouw kwam gisteren van de vrijmarkt met een stapeltje boeken. Voor mij had ze een geschiedenis van de fotografie gescoord: een ongelezen exemplaar van Hans-Michael Koetzle’s Photo Icons, The Story Behind the Pictures, 1827—1991.

Louis-Jacques-Mandé Daguerre wordt algemeen beschouwd als uitvinder van de fotografie. Over het procédé van de naar hem vernoemde daguerreotypie vertelt Wikipedia:

Bij daguerreotypie wordt een gepolijste, verzilverd koperen plaat gebruikt. Deze wordt lichtgevoelig gemaakt met jodiumdampen. Deze levert na blootstelling aan kwikdampen (ontwikkelen) positieve, spiegelende beelden. Het beeld wordt gefixeerd in een zoutoplossing, en dan afgespoeld met water.

Maar Louis-Jacques-Mandé Daguerre staat als tweede in de index van Photo Icons. Hij moet een andere Fransman boven zich dulden: Nicéphore Niéce, die tien jaar eerder een fotografisch beeld van de werkelijkheid wist vast te leggen met een methode die hij heliografie noemde, ‘schrijven met de zon’. Wikipedia zegt daarover:

Bekend is dat hij in 1822 zijn eerste foto produceert dankzij een stof die hij ontdekt (Syrisch asfalt) die weliswaar oplosbaar is in terpentijn, maar na lange belichting niet meer oplosbaar is. Zo ontstond in 1826 een foto, genomen vanuit het venster van zijn werkkamer, met een belichtingstijd van acht uur.

Dat is de bovenstaande afbeelding, Point de vue du Gras, de allereerste foto ter wereld. Uitzicht, vastgelegd op asfalt. Wow!

Meer informatie
Joseph Nicéphore Niépce (Wikipedia)

Hello goodbye Leica

leica-medium

Af en toe krijg ik een onweerstaanbaar verlangen naar een Leica. Dan ga ik zoeken op internet. Een Leica! De ultieme kleinbeeldcamera, door grote fotografen in hun hart gesloten. De camera waarmee het in 1925 allemaal begon.

Een occasion natuurlijk, want een nieuwe Leica is onbetaalbaar. Maar welke? Een Leica IIIf uit 1950? Qua kosten te overzien, maar hij ziet er zo vreemd uit. Of een van de meetzoekercamera’s uit de M-serie?

Bijvoorbeeld de mooie Leica M3 uit 1954? Of een latere versie, zoals de Leica M4 uit 1966? Of juist de allerlaatste versie, de Leica M6 uit 1984?

Maar jee, wat zijn ze duur, zelfs na vijftig jaar nog! En dat is alleen de body, er moet ook nog een lens bij. En wat ga ik er eigenlijk mee doen? Zwart-wit negatieffilm, bestaat dat nog? En diafilm? Ja, Fuji Velvia 50, wat een prachtfilm was dat. Dan koop ik er gelijk een paar. Of nee, wacht, meteen tien.

En dan ga ik de straat op, net als al die fotografen die door hun Leica ineens bevrijd werden van de houten box op driepootstatief en de assistent die de spullen moest helpen tillen. Die met hun kleine Leica, zo totaal niet intimiderend, mensen vastlegden, straatscène’s, historische gebeurtenissen, foto’s die vervolgens overal verschenen: in galeries, in kranten, in magazines.

Oh, wat zal dat mooi zijn, fotograferen met mijn Leica! Maar toch even, waar laat ik de dia’s? Bestaan die grijze boxen nog die je zo handig stapelt? En een diaprojector, kun je daar nog aankomen? En is een ingeraamde dia te scannen, als ik eens een keer iets wil delen?

En terwijl ik op internet aan het zoeken ben, verdringen deze laatste zorgen het plezier steeds meer. Want ja, zo zal het gaan, dat is m’n voorland als ik die Leica heb. Het heeft geen zin, je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen. Niet voor niets is de ontwikkeling van camera’s na 1954 gewoon doorgegaan, ook bij Leica zelf.

En terwijl ik de vele tabbladen moedeloos aan het dichtklikken ben, komt een hele nieuwe gedachte in me op. Want wacht eens even, wat was het belangrijkste woord als het om Leica gaat? Bevrijding.

Maar dan heb ik helemaal geen Leica nodig! Want ik heb een even precies gemaakte metalen camera die nog kleiner is dan de Leica! Die zo weinig intimiderend is dat werkelijk niemand er aanstoot aan neemt. Die net zo simpel is als de Leica en die een superbe kleurweergave heeft, even mooi als Velvia 50.

Ja, m’n geliefde iPhone… Ik zocht naar een Leica, en ik wist niet dat ik hem al had…

Little book

in-no-great-hurry-medium

Woensdag heb ik hem dan gekeken, In No Great Hurry: 13 Lessons in Life with Saul Leiter. In deze documentaire uit 2012 vertelt de Amerikaanse fotograaf Saul Leiter (1923-2013) over zijn eigen – onbelangrijkheid.

Aan de tand gevoeld over zijn professionele leven kan hij helemaal niks vinden om heel trots op te zijn, niet omdat het niet goed was, maar omdat het, in het grote geheel, zo weinig was.

En dan komt hij te spreken over zijn boek, geen idee welk boek hij bedoelt, hij noemt het zijn little book. Eerst spreekt hij zijn verbazing uit dat het boek er überhaupt gekomen is, andere fotografen verdienen een eigen boek, niet hij. Dan vervolgt hij:

The little book that I have, which seems to have touched certain people or moved people or aroused. I think that was nice.

En dat is dan het hoogtepunt van zijn professionele leven. Niet eens het little book zelf, maar wat het teweegbracht bij “certain people”. Zo kijkt Saul Leiter op 87-jarige leeftijd terug op zijn leven.

In de hele documentaire maar een kleine anekdote, maar hij trof me, raakte me, want ook ik heb mijn little book, en ik geloof dat ik kan navoelen wat Saul Leiter bedoelt. Een little book, het is weinig, en tegelijkertijd genoeg.

Meer informatie
In No Great Hurry: 13 Lessons in Life with Saul Leiter

Unfinished

saul-leiter-medium

Saul Leiter (1923-2013). Het is lang geleden dat ik na een tentoonstelling niet kon ophouden met terugdenken aan wat ik gezien had.

Onderdeel van het retrospectief dat nu te zien is in het Antwerpse fotomuseum FoMu is een documentaire uit 2012. Saul Leiter zit in een leunstoel in zijn atelier en vertelt.

In de documentaire praat hij over zijn werk, over fotografie. Hij lijkt op de een of andere manier ook met zichzelf in gesprek, niet verwonderlijk als je zevenentachtig bent en het eind van je leven nadert.

I spent a great deal of my life being ignored. I was always very happy that way. Being ignored is a great privilige.

In de tentoonstellingsruimte is het een drukte van belang. De vibe is levendig, opgetogen zelfs. Er wordt volop genoten van wat er te zien is. Veel amateurfotografen met camera’s ook. Waar te beginnen met kijken? De foto’s zijn niet chronologisch gerangschikt. Bij de pijl dan maar.

It is not where it is or what it is that matters, but how you see it.

De eerste foto toont een jonge vrouw op straat die opkijkt met een onuitsprekelijke blik. De foto zet mij op het spoor van de gedachte dat beeldtaal werkelijk een volstrekt andere taal is dan woordtaal.

De ogenschijnlijke zwart-witfoto iets verderop opent m’n ogen en staat prompt op m’n netvlies gegrift. Een straat in New York. Een besneeuwd verkeerslicht brandt helder groen.

In dit retrospectief wordt Saul Leiter gepresenteerd als de eerste fotograaf die in kleur fotografeerde, ver voordat dit mainstream werd, en in een tijd dat er op kleur nog werd neergekeken.

Zwart-wit versus kleur. Dat heldere groen en die grauwe sneeuw. Het is niet uit te leggen, alleen te ervaren, geloof ik, door ernaar te kijken.

Hidden in the ordinary are great beauties.

Saul Leiter woonde zijn hele leven in New York. Hij kwam de stad nauwelijks uit en maakte zijn foto’s in de paar straten rond het huizenblok waar hij woonde.

Zo ook een andere foto, blijkbaar, aan het slot van de tentoonstelling. Een straat in New York, misschien wel dezelfde, wie zal het zeggen. Rechts, opnieuw, een besneeuwd verkeerslicht. Links een man en een vrouw, de vrouw in een rode jas en met een rode paraplu. Het rood van haar jas en het rood van haar paraplu zijn rood zoals het verkeerslicht groen is en verder is alles grauw.

Photographs are often treated as important moments, but really they are little fragments and souvenirs of an unfinished world.

Er lijkt zoveel meer over te zeggen. Maar ik ga nu eerst op zoek naar die documentaire, In No Great Hurry: 13 Lessons in Life with Saul Leiter.

Mensch sein

mensch-sein-medium

Zo heette de expositie van fotografe Jenny Wesly in het Kunstkabinet van het Joods Historisch Museum. Vandaag was het de laatste dag dat deze kleine tentoonstelling te zien was.

Enigszins op het verkeerde been gezet ging ik erheen. Ik meende dat de titel verwees naar het Jiddische “Mensch sein”: menselijk zijn, iemand zijn met compassie, met mededogen.

Dat was wel zo, maar de titel verwees ook naar de spreuk van Goethe die in Jenny Wesly’s ouderlijk huis hing: “Mensch sein, heißt: Kämpfer sein!” Dat geeft andere associaties en zet aan tot nadenken. Wanneer ben je – Mensch?

De tentoonstelling bestond uit drie delen. Allereerst foto’s van het joodse leven in Amsterdam in de jaren tachtig, een blik van binnenuit. Daarnaast foto’s van het ouderlijk huis in Maastricht waar Jenny Wesly’s moeder woonde. En tenslotte het kunstenaarsboek in oplage één dat zij in 1995/1996 maakte over haar moeder.

Het was een drukte van belang in de kleine ruimte. Ik was er nog maar net, of een flinke groep kwam binnen, daaronder ook bekenden van de fotografe. De drie projecten werden uitgebreid toegelicht en de aanwezigen werd gevraagd te delen wat hun favoriete foto was en waarom.

Nadat ik in het restaurant koffie had gedronken ging ik terug om beter te kijken. Een nieuwe groep had zich verzameld en werd toegesproken in wat een soort herdenkingsbijeenkomst leek. Daar hoorde ik dat Jenny Wesly al ziek was toen de tentoonstelling werd geopend en dat zij in december is overleden.

Ik had niet eerder van haar gehoord en ben blij dat ik ben gaan kijken. En terwijl ik dit schrijf denk ik na over de zegswijze die op haar website staat en die tijdens de herdenkingsbijeenkomst werd aangehaald:

Een mens kan zijn eigen beeld niet zien in stromend water, maar wel in water dat stilstaat.

Jan

jan-medium

We waren zó lang onderweg geweest. Uiteindelijk de ingang van het museum, de kassa, het scannen van de kaarten.

Rechts de vele zalen, en links… Robin de Puy.

Robin de Puy! We waren met z’n tweeën, in musea laten we elkaar altijd direct los, ik liep naar de allereerste foto, Robin de Puy met oudoom Jan.

Als ik het plat zou zeggen, dan was het een BAM-ervaring. Je loopt tegen iets of iemand aan en BAM, er gebeurt iets.

Een ingelijste foto, een klein paneel, zoals je wel ziet bij Middeleeuwse olieverfschilderijen die in werkelijkheid veel en veel kleiner blijken te zijn dan je dacht.

Robin de Puy en Jan, jong en oud, vrouw en man, klein en groot, mooi en – lelijk (?). Ik las de tekst ernaast, ik las vooral dit: “Waar je zou verwachten dat hij steeds minder zichzelf wordt, lijkt het tegenovergestelde waar.”

Jan is eenentachtig en heeft Alzheimer. En lijkt, in de woorden van Robin de Puy, “steeds meer zichzelf te worden”.

Jee, wat zegt ze daar. Dat je door het verliezen van de denkbeeldige schillen van opvoeding, beschaving, controle, jezelf (weer) wordt? Ik keek naar de foto’s van Jan, het waren er niet veel, ik zag een oude man, ik zag emotie.

Daarna ging ik de filmruimte in. Een dubbele projectie: ik zag Jan links en ik zag Jan rechts, asynchroon, soms verschijnend uit onscherpte, soms verdwijnend in onderwatergeluiden.

Jan achter z’n grasmaaier, Jan wijzend naar de levenslijn in z’n hand, Jan dansend, Jan zwemmend, Jan een bloem plukkend, twee asynchrone beelden tegelijk, je kunt niet tegelijk links en rechts kijken, je móet switchen, maar de geluiden van links en rechts vermengen zich en vervloeien en zijn niet te scheiden.

Tenslotte de foto’s die Jan zelf van zijn achternicht maakte, want dat wilde hij, en dat deed hij, en we zien de Fotograaf des Vaderlands – want dat is Robin de Puy sinds kort – in kiekjes gemaakt door Jan en we lezen wat Jan, eenentachtig, met onvast handschrift, daarbij over haar schrijft.

Mijn tijd was op. Het was niet veel, een uur, misschien nog minder, en hij was op. We moesten naar m’n schoonouders in Breda, die nog weer een stukje ouder zijn dan Jan, en ook Jan heten – mijn schoonvader in elk geval – en zo nam ik afgelopen zondag alleen Jan mee van het mooiste fotofestival in Nederland: #BredaPhoto2016.

En ik tweette:

We gaan zeker nog een keer terug #BredaPhoto2016

Moonlit disk

moonlit-disk-medium.jpg

Het is niet gebruikelijk dat in een museum naast het kunstwerk een toelichting hangt die duidt wat er op dat kunstwerk te zien is.

Het werk van fotograaf Simon van Til op de tentoonstelling De herontdekking van de wereld in museum voor fotografie Huis Marseille vormt hierop een unieke uitzondering.

Afgelopen zondagmiddag was Simon van Til zelf aanwezig om een toelichting te geven op zijn werk. Enorm fascinerend. Moonlit Disk is spectaculair, zelfs als klein plaatje op een beeldscherm, laat staan in het echt, maar wat zie je eigenlijk? Op de toelichting is het te lezen, en als het tot je doordringt, dan vergeet je het nooit meer.

Er staat:

De zichtbaarheid der dingen, gebonden aan de mate van reflectie, vormt de focus van het werk ‘Moonlit Disk’. De maan zelf demonstreert dit principe bij uitstek, verschijnend en verdwijnend in een maandelijkse cyclus. ‘Moonlit Disk’ toont een cirkelvormig object, dat is gefotografeerd met het gereflecteerde licht van een volle maan. Nogmaals weerkaatst, wordt het gebroken licht via dit object geprojecteerd op het filmvlak in de camera. Opdoemend vanuit de donkerte, traceert het werk de totstandkoming van haar beeld middels object, maan en uiteindelijk de zon als primaire lichtbron.

De herontdekking van de wereld is nog te zien tot en met 8 december 2013.