Wijze woorden

seneca-medium

Lang geleden zat ik bij mijn oom en tante in de achtertuin. We hadden het over mijn vader, die veel te jong gestorven is. Mijn tante ⏤ de zus van mijn vader ⏤ vertelde toen over de Romeinse filosoof Seneca en wat hij gezegd had over de lengte van het leven: dat je daar op verschillende manieren naar kunt kijken.

Vele jaren later zag ik op de toonbank van boekhandel Blankevoort in Amstelveen een serie boekjes van Seneca liggen. Dunne, kleurrijke boekjes, bijzonder mooi uitgegeven door Athenaeum⏤Polak & Van Gennep. Ik kocht De lengte van het leven en vond het prachtig.

En onlangs werd ik vijftig. Dat viel reuze mee ⏤ en het wende ook bijzonder snel. Toch was het de reden, vermoed ik, dat ik vanochtend juist het kleurrijke boekje van Seneca uit de boekenkast trok. Ik las de inleiding en die trof me zo dat ik hem hier overneem.

De meeste mensen […] klagen dat de natuur ons zo karig heeft bedeeld. Dat we maar kort op de wereld mogen blijven, dat de ons gegeven tijd zo vlug, zo razendsnel verloopt. Op een paar uitzonderingen na verliest haast iedereen het leven terwijl men zich nog warmloopt. […]

Onze tijd is helemaal niet kort! Nee, wij verspillen juist veel tijd. Het leven is lang genoeg, we krijgen royaal de ruimte om de werkelijk grote dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden. Maar als het leven ons door de vingers glipt in onze zucht naar luxe en door desinteresse, als we er niets goeds mee doen, zien wij de feiten pas onder ogen in uiterste nood: eerst beseften we niet hoe het voortging, daarna merken we dat het voorbij is.

Ja, zo is het. Het leven dat we krijgen is niet kort, wij maken het kort; we hebben er niet te weinig van, we gooien het met bakken overboord. Het is als met grote rijkdom van een koning: wanneer die in verkeerde handen valt is alles in een oogwenk verdwenen. Maar een bescheiden bezit dat wordt toevertrouwd aan iemand die er goed op past groeit met het gebruik. Zo vergaat het ook ons: wie de zaken goed inricht krijgt van het leven volop de ruimte. Wat klagen wij over de natuur? Die heeft zich heel welwillend opgesteld. Het leven is, wanneer je ermee kunt omgaan, lang.

Meer informatie
Lucius Annaeus Seneca (± 4 v.Chr. – 65 n.Chr.) (Wikipedia)

Leven en schrijven

pottenbakken-medium

Rond m’n zevenentwintigste volgde ik een opleiding aan Schrijversvakschool ’t Colofon. Ik dacht niet alleen, nu ga ik beter leren schrijven, ik dacht ook, nu ga ik schrijver worden.

Maar wat is een schrijver? Iemand die graag schrijft en weleens wat publiceert, zou ik nu zeggen. Destijds zag ik dat heel wat minder vrijblijvend. Ik geloofde dat je schrijver was, en dan ook helemáál, of dat je het niet was, en dan ook helemaal níet. Alles hing af van je ambitie en je inzet en je doorzettingsvermogen.

In die tijd las ik iets, ik weet niet meer waar. Het ging erover dat als je iets ‘hogers’ nastreeft het verstandig is tegelijkertijd stevig in de wereld te staan. Een gezin als je dat vergund is, een baan waarmee je in je levensonderhoud voorziet. Precies de dingen dus waarvan je als je jong bent denkt dat ze je gaan belemmeren het ‘hogere’ te realiseren.

Ik zag dat helemaal verkeerd, maar dat weet ik nu pas. Wat er voor wijsheid achter stak, dat ontdekte ik pas later, toen ik zelf een gezin en een baan had. En vanochtend moest ik daar weer aan denken. Het is niet leven of schrijven, zoals ik op m’n zevenentwintigste dacht, het is leven en schrijven, — ze gaan hand in hand.

Zee

bilthoven-medium

Het was 1987. Ik was 19 jaar, woonde antikraak in een voormalig hotel in Bilthoven en had een tweedehands typemachine gekocht. Ik wilde schrijven, maar waarover?

Om inspiratie op te doen stapte ik op de trein naar Zandvoort, ik weet niet meer waarom juist Zandvoort. Het was guur, allesbehalve een stranddag, toch bracht ik uren door in het zand, luisterend naar het album Faith van The Cure.

She stands twelve feet above the flood
She stares alone across the water

Ik geloof niet dat er veel inspiratie kwam, wel herinner ik me eenzame en een beetje ongemakkelijke uren. En de mengeling van opluchting en teleurstelling in de trein terug.

Niet lang daarna kwamen de uren aan zee terug en schreef ik op de tweedehands typemachine in één keer het korte verhaal Zee. Ik was in alle staten, dolgelukkig, begreep niet dat ik zojuist een bron had aangeboord waar ik tot op de dag van vandaag plezier aan beleef.

Klik hieronder op de eerste regel om het te lezen:

o ja daar stond ik en koud dat het was in die duinpan waar het zand in mijn schoenen