De relevantie van Norbert Elias

norbert-elias-medium

Mijn vrouw is documentalist bij IHLIA LGBT Heritage, voorheen Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief.

IHLIA krijgt vaak losse boeken en soms zelfs hele collecties als schenking. Alle boeken worden gecontroleerd op hun LGBT-relevantie. Zijn ze relevant, dan worden ze toegevoegd aan de collectie, inmiddels de grootste in Europa. Zijn ze niet relevant, dan gaan ze naar de kringloop.

Een paar weken geleden gingen we lunchen bij La Place in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, waar ook IHLIA gehuisvest is. Daar zag ik in haar postbakje een boek liggen: De geschiedenis van Norbert Elias.

Norbert Elias!

De beroemde socioloog, in 1897 geboren in Breslau en in 1990 gestorven in Amsterdam. Auteur van de invloedrijke studie over beschaving, waarin de geschiedenis gezien wordt als een proces waarin mensen zich met vallen en opstaan steeds beter weten te beheersen.

Ik kende Norbert Elias, omdat ik in die tijd zelf sociologie studeerde. In Utrecht was het vak Amerikaans georiënteerd en je voelde er altijd enige competitie met de Amsterdamse School, waarop Norbert Elias als beroemde nog levende socioloog zoveel invloed had.

‘Waarom hebben jullie dit boek, was hij dan homo?’ vroeg ik. ‘Geen idee,’ zei mijn vrouw. ‘We hebben het gekregen. Ik heb het nog niet bekeken.’ ‘Ik ga het lezen,’ zei ik. ‘Dan kijk ik of hij relevant is.’

De geschiedenis van Norbert Elias is geschreven door meerdere auteurs. De hoofdmoot wordt gevormd door een autobiografische tekst van Norbert Elias zelf. De titel luidt: Notities bij mijn levensloop.

Ik kwam er niet doorheen.

Een wat droge tekst die wel persoonlijk bedoeld is maar toch niet echt persoonlijk wil worden en die verstoken is van, laat ik het maar even zo noemen, smeuïge details, persoonlijke ontboezemingen, eigenlijk al een hint.

De Notities bij mijn levensloop liet ik voor wat ze waren en ik begon aan het lange interview dat de bundel zijn titel gaf: De geschiedenis van Norbert Elias.

Dat was wél interessant.

Nu, een week nadat ik het gelezen heb, is de tekst als het ware door een filter gedruppeld en dit is er overgebleven: drie momenten uit het leven van Norbert Elias.

Allereerst Breslau, waar Norbert Elias opgroeit als enig kind in een goed milieu. Over zijn herinneringen aan zijn jeugd in Breslau, toentertijd Pruisisch grondgebied, tegenwoordig Polen, ligt het wonderlijke strijklicht van een vredige wereld die ineens bruut ophoudt te bestaan.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt Norbert Elias opgeroepen. Hij is achttien jaar. Na een lange treinreis wordt hij op een vrachtwagen naar het front gereden, middenin de nacht, en aan de horizon weerlicht en rommelt het, of het er onweert. Vertellen wat hij vervolgens meemaakt, kan hij niet.

Tenslotte 1938. Norbert Elias is op tijd gevlucht uit Duitsland en schrijft zijn beroemd geworden studie over het civilisatieproces. Zijn ouders komen hem in 1938 opzoeken in Londen. En hoe hij ook op hen inpraat, hij kan hen er niet van weerhouden terug te keren naar Polen, waar ze worden vermoord.

Drie momenten, beelden bijna, die zich in mijn geheugen hebben gegrift.

De geschiedenis van Norbert Elias is, in tegenstelling tot het autobiografische stuk, spannend, omdat de beide interviewers soms doorvragen, ook waar Elias zelf liever wil zwijgen, en dat leidt tot een tweede hint voor de relevantie van Norbert Elias.

Over zijn verblijf als wetenschapper in Ghana zegt hij: ‘Dat was altijd een van de eerste vragen: Waar heb je je vrouw gelaten, waar zijn je kinderen? Dat ik geen vrouw had, vonden ze onbegrijpelijk en onvoorstelbaar.’ Meer wil hij er niet over zeggen.

Omdat ik met zoveel plezier aan het lezen ben, tikt mijn vrouw ondertussen een tweede boek op de kop: Over Elias, Herinneringen en anekdotes. Een reeks persoonlijke herinneringen, na Norbert Elias’ dood geschreven door zijn assistenten, vrienden en bekenden.

Via deze persoonlijke verhalen en anekdotes komt Norbert Elias veel meer dan in het eerste boek tot leven. Klein, gedrongen, groot hoofd, kaal, grote bril, erudiet, zeer oud. En ook: zeer beminnelijk, verstrooid, jeugdig van geest, maar ook een hoarder, die temidden van een ongelooflijke chaos woont en werkt.

Maar dan die homo-relevantie. Ik vind niet meer dan minieme aanwijzingen. Bijvoorbeeld in een anekdote van de Amsterdamse socioloog Abram de Swaan, die op een gegeven moment de moed vat om de volgende vraag te stellen, ik citeer:

Abram de Swaan: If I were to ask you, Mr. Elias, what is your home, what would you answer?
Norbert Elias: (…) I don’t know what you mean by home… I couldn’t combine… family life with my work, it never worked in practice… it did not work, I mean the last friend with whom I lived together, obviously… a doctor… jealous of the way I had to shut myself off and do my own thing so it did not work, maybe, one can not generalize but I mean this is how it happened.

Ja, en wat zegt dit? Feitelijk ook nog niet heel veel.

En dan is er nog een anekdote van een van de laatste assistenten. Het is kerstmis 1989 en Norbert Elias wil eigenlijk graag doorwerken wat hier betekent: dicteren, want hij was toen al nagenoeg doof en blind. Zijn assistent verzekert hem dat dat geen probleem is en vertelt:

‘Ik had niet verwacht Norbert in een echte kerststemming aan te treffen. Hij was vrolijk en had een kerstgeschenk voor mij. Het was zijn gedichtenbundel. Met vulpen schreef hij er een gedicht in: ‘Für Kyong, deren junger Stolz und deren Güte des alten Mannes Herz wärmt, …’. Samen lazen we zijn gedichten.’

Dus ja, relevant of niet? Ik weet het niet. Doet dat ertoe? Jazeker, want in het ene geval verhuizen beide boeken naar het grootste LGBT-archief van Europa, terwijl in het andere geval een overvolle plank in een kringloopwinkel wacht.

Of is er een derde weg? Een derde mogelijkheid, die we bij monde van Norbert Elias zelf aanbevolen horen worden, in de door zijn vrienden zo geliefde uitdrukking, die hij klaarblijkelijk onuitputtelijk bezigde:

One should investigate.

Meer informatie
De geschiedenis van Norbert Elias. Amsterdam: Meulenhoff, 1987.
Over Elias – Herinneringen en anekdotes. Amsterdam: Het Spinhuis, 1993.

Een roedel wolven

wolven-medium

Wie kent hem niet, deze foto van een roedel wolven in de sneeuw. Met een inspirerend verhaal over leiderschap als bijschrift. Alleen jammer dat het niet klopt.

Hoewel, is dat jammer? Dit was het bijschrift:

“A wolf pack: the first 3 are the old or sick, they give the pace to the entire pack. If it was the other way around, they would be left behind, losing contact with the pack. In case of an ambush they would be sacrificed. Then come 5 strong ones, the front line. In the centre are the rest of the pack members. After them again the 5 strongest follow. Last and alone, the Alpha. He controls everything from the rear. In that position he can see everything, decide the direction. He sees all of his pack. The pack moves according to the elders pace and knowledge, guided and protected by the strongest, helping each other, watching out for each other.”

Tja, een mooi beeld. De ouderen gaan voorop en geven tempo en richting aan, op de achtergrond beschermt één leider de groep. Maar er klopt dus niks van. Het blijkt een verzonnen verhaal. De foto van de wolven in de sneeuw komt uit een documentaire van de BBC uit 2011, Frozen Planet. Het echte bijschrift luidt:

“A massive pack of 25 timberwolves hunting bison on the Arctic circle in northern Canada. In mid-winter in Wood Buffalo National Park temperatures hover around -40C. The wolf pack, led by the alpha female, travel single-file through the deep snow to save energy. The size of the pack is a sign of how rich their prey base is during winter when the bison are more restricted by poor feeding and deep snow. The wolf packs in this National Park are the only wolves in the world that specialise in hunting bison ten times their size. They have grown to be the largest and most powerful wolves on earth.”

Hoewel het verhaal van de wolven niet klopt, herkennen we er blijkbaar iets nobels en hoopvols in. Ouderen die voorop gaan en de groep leiden (ondanks hun leeftijd nog relevant zijn), de leider die onzichtbaar als laatste de groep voor onheil behoedt (en in die nederige positie van grote waarde is). We zien het, niet omdat we verstand van wolven hebben, maar omdat we mensen zijn.

We zien de dingen niet zoals ze zijn, we zien de dingen zoals wij zijn (Anaïs Nin).

300 miljard sterren

melkweg-medium

Afgelopen zaterdag was ik in de buurt van museum voor fotografie Huis Marseille aan de Amsterdamse Keizersgracht en daar liep ik even naar binnen.

Het bleek één van de laatste dagen dat de tentoonstelling First Light: Photography & Astronomy nog te zien was.

Bij deze foto was het volgende onderschrift te lezen:

MELKWEG: sterrenstelsel waarvan de zon deel uitmaakt, met een diameter van 100.000 lichtjaar en een geschat aantal sterren van 300 miljard.

Ik las het, en ik las het nog eens. 300 miljard sterren, en van die 300 miljard sterren is onze zon er maar één…

En de Melkweg is bepaald niet het enige sterrenstelsel… Toen de Hubble ruimtetelescoop gericht werd op een donker stukje heelal werden na een sluitertijd van ruim elf dagen zomaar 10.000 nieuwe sterrenstelsels zichtbaar (zie ook wonderbaarlijke sterrennacht).

Het begon me als het ware te duizelen. Dus maakte ik met m’n mobieltje nog gauw even een foto, om in ieder geval het getal 300 miljard niet te vergeten. Maar je kunt het niet bevatten, en vergeet het dus toch…

Wonderbaarlijke sterrennacht

hubble-ultra-deep-field-medium

In museum voor fotografie Huis Marseille aan de Amsterdamse Keizersgracht is op dit moment de expositie First Light: Photography & Astronomy te zien.

De tentoonstelling geeft een overzicht van foto’s die meer dan honderd jaar geleden gemaakt zijn van zon en maan, tot aan de spectaculaire hoge resolutie beelden die ruimtetelescoop Hubble sinds de lancering in 1990 naar de aarde stuurt.

In 2003 werd de Hubble gericht op één van de allerdonkerste, meest lege stukjes heelal. De sluiter werd ruim elf dagen opengezet en bovenstaand beeld was het resultaat.

Te bedenken dat in deze speldenprik aan de hemel ongeveer 10.000 sterrenstelsels zichtbaar geworden zijn. Ook kijk je als het ware terug in de tijd, tot vlak na de Big Bang, want zolang heeft het licht vanuit dit ‘ultra deep field’ erover gedaan de Hubble ruimtetelescoop te bereiken.

Ik ging er vrij blanco heen, maar ik vond de expositie schitterend en wonderbaarlijk. De foto is overigens in oorspronkelijk formaat hier vrij te downloaden van de Hubble site.

Maansteen

maansteen-medium

Zondag vierden we het verjaardagsfeestje van onze zoon in Space Expo in Noordwijk.

De kinderen mochten zich in blauwe ESA overalls hijsen, kregen tekst en uitleg en mochten buiten waterraketten lanceren. Erg leuk allemaal.

Space Expo zelf is een buitengewoon fotogenieke tentoonstelling, maar de omstandigheden om te fotograferen kunnen bijna niet slechter. Heel donkere ruimte, hoge zwarte plafonds. Zelfs met een externe flitser wordt dat niks.

Hét pronkstuk in de ‘schatkamer’ is deze maansteen. Gevonden en opgeraapt door Eugene Cernan tijdens de Apollo-17 missie in 1972 en uitgeleend door de NASA. Deze maansteen is 4 miljard jaar oud.

Gek eigenlijk. Aan de hoge plafonds hingen satellieten, sommige in kleurig folie verpakt. Er was een nagebouwd ruimtelaboratorium en in een hoek stond een model op ware grootte van maanlander Eagle. En toch was die kleine, levenloze maansteen minstens zo fascinerend.

Het Nash-evenwicht

john-f-nash-medium

De wiskundige John Forbes Nash Jr. won in 1994 de Nobelprijs voor Economie.

Nash was een begrip toen ik sociologie studeerde, vooral vanwege het naar hem genoemde Nash-evenwicht.

Over Nash werd altijd met groot respect gesproken. Zelfs als je over hem hoorde zeggen: “Hij leest nu telefoonboeken.”

De autobiografie die Nash schreef bij zijn aanvaarding van de Nobelprijs vind ik ontroerend.

Het grote publiek kent Nash ook, van de film die op zijn leven is gebaseerd: A beautiful mind.

De ééndimensionale mens

de-eendimensionale-mens-medium

Dit boek was zo goedkoop geplakt dat het vanzelf in stukken uit elkaar viel.

De erbarmelijke zwart-witfoto op de achterkant kan ik zo voor mijn geestesoog laten verschijnen. Op die foto ligt de eerbiedwaardige Marcuse in een tuin een boek te lezen.

Destijds (in 1988, het boek zelf dateert uit 1964) vond ik het een fascinerend beeld: ééndimensionale mens, mens die alleen in het nu leeft, die geen toekomst heeft, die zich helemaal niet om een toekomst bekommert.

Die mens, dat zijn wij natuurlijk. Wij kunnen ‘heel’ worden door het inzicht dat er naast het ‘zijn’ nog een tweede dimensie is: die van het ‘worden’.

De ééndimensionale mens was toen al onleesbaar. Wat is het toch moeilijk om helder te schrijven.

Of zegt het alleen iets over mijzelf: dat ik die beroerde foto van een oude man met zijn boek in een tuin nog steeds voor me zie, maar dat behalve het woordje ‘rommel’ op pagina één (Marcuse heeft het over vernietigingswapens) mijn geheugen voor de rest van de tekst blanco is.