Happy

how-art-can-make-you-happy-medium

In December, we made a short trip to Paris. My daughter and I were delighted to visit Shakespeare and Company, the English-language bookstore on the Left Bank of the Seine — a fantastic bookstore, that is, if you love books, as we do.

We left the store cheerfully with two bags full of books, all of them inscribed with the Shakespeare and Company stamp. Books that we weren’t looking for but that seemed to have been looking for us.

Midlife: A Philosophical Guide (definitely for me), Coffee Art and The Coffee Dictionary (my daughter’s choice for sure). And, among others, a yellow book that we both picked from the shelves: How Art Can Make You Happy.

A little book by Bridget Watson Payne and what a great little book. It took me two hours to read it. Two hours of, well, enjoying intelligence and energy (see quote below). And, afterwards, the impression it was not just about art but about life itself.

Highly recommended — just like Shakespeare and Company, in case you happen to visit Paris.

Let’s face it: We’re all limited. Terribly, unavoidably limited. We are limited by the time and place and society we were born into – limited by race and class and gender assumptions, limited by privilege, limited by lack of privilege, limited by things we were taught as children, limited by language, limited by the range of light our human eyeballs can sense, limited by a million things we can do relatively little – if indeed anything – to alter. So, yeah, limited to an almost tragic degree. Each and every one of us, every single day. But humankind has in its long and tumultuous history created one great and blazing invention to get ourselves beyond our own limitations and, hint, it’s not the Internet. It’s art. It’s painting and sculpture and music and literature and dance and on and on and on.

Muna

muna-large

High up in the mountains of the French island of Corse lies a deserted village. It’s called Muna. It was abandoned by its inhabitants some hundred years ago.

I know the village because my sister and her family live a few miles further up the road. We paid a few visits to Muna. I think it’s an enchanting place.

There’s a little church, a small square with trees, and a few scattered houses, some of them in ruins. It is very silent, you will meet no one, because hardly anyone visits the place.

This week’s WordPress photo challenge is about the effects of time and the elements. My first thoughts were of Muna, in particular some remnants in the church. Rusty tea lights, dusty matches, all frozen in the yellow light of the stained glass that’s still in the church window.

Voilà, my contribution to this week’s WordPress photo challenge: Weathered.

Hoezo huis ‘Marseille’?

huis-marseille-vooraanzicht-medium

Toegegeven, het is niet de meest prangende levensvraag die je jezelf kunt stellen, maar ik heb me dus altijd afgevraagd waarom museum voor fotografie Huis Marseille aan de Amsterdamse Keizersgracht eigenlijk zo heet.

Dit is een van die vragen die werkelijk jaren en jaren kunnen sudderen tot je zelf op onderzoek uitgaat of het antwoord ineens in de schoot geworpen krijgt, vaak op een moment dat je het niet verwacht.

Dat laatste is hier aan de hand. Ik ga er zo dadelijk namelijk heen en keek op de website om te zien welke exposities er zijn. En warempel, er blijkt een pagina over het onderwerp te zijn geschreven: Waarom het museum ‘Huis Marseille’ heet.

Hey, I’m not alone! Er zijn er meer die zich het afvragen! Eindelijk, nu zal ik het antwoord te weten komen!

Ik ga de pagina die met een beetje fantasie als een heuse thriller geschreven is hier niet overschrijven, maar zal op deze plek toch een naam moeten noemen: Isaac Focquier.

Isaac Focquier? Ook ik had nog nooit van deze man gehoord en dat blijkt logisch, want tien jaar nadat hij in 1665 als geslaagd zakenman het huis aan de Keizersgracht liet bouwen ging hij alweer failliet en moest het worden verkocht, waarna Isaac Focquier ‘opgaat in het leger der onaanzienlijken’ en er in de geschiedenis verder niets meer van hem wordt vernomen.

Arme Isaac. Maar nu komt het: schuin boven de ingang van het huis aan de Keizersgracht liet hij een gevelsteen inmetselen. Een havengezicht en daaronder de naam van een stad – Marseille.

Het is niet veel, bijna niks zelfs, en het beantwoordt ook eigenlijk niet de nijpende vraag waarmee dit stukje begon – zoals gezegd niet van wereldbelang, er zijn vraagstukken die dringender een oplossing behoeven.

Maar in een volgend leven ga ik mij verdiepen in Isaac Focquier. Want ja, een herenhuis middenin Amsterdam Marseille noemen, dat doe je natuurlijk niet zomaar. Dan heb je wat we nu zouden noemen een emotionele connectie met die stad. En wat was die connectie? Kwam hij ervandaan, was er liefde in het spel? Dat laatste in ieder geval, dat moet, het kan niet anders. Maar wie en waarom en wat is er dan gebeurd?

Voorlopig blijft het echte raadsel dus onopgelost. En ja, wat kan ik anders doen dan zo dadelijk voordat ik naar binnen stap in ieder geval omhoog kijken naar die gevelsteen. Een foto ervan maken. En als ik er dan toch ben, aan Isaac Focquier de groeten doen — salut, en au revoir dan maar.

Meer informatie
Waarom het museum ‘Huis Marseille’ heet

Mirroring life

andre-kertesz-medium

Dit zijn de laatste dagen van Mirroring Life, de overzichtstentoonstelling van de Hongaarse fotograaf André Kertész (1894-1985) in fotografiemuseum FOAM.

Over zichzelf zei Kertész:

Ik zie mezelf als een amateur en ik hoop dat te blijven tot het eind van mijn leven. Want ik ben voor altijd een beginner die de wereld keer op keer ontdekt.

En desondanks, hoe samenhangend en in zichzelf gelijk blijft het werk eigenlijk; als toeschouwer wil je best aannemen dat Kertész de wereld keer op keer ontdekt, maar dan toch ook keer op keer op de wijze van Kertész.

Maar de eerste foto’s, in Boedapest nog – Kertész was achttien en had van zijn eerste salaris een camera gekocht – zijn de mooiste, wat mij betreft, misschien wel omdat hij de wereld dan voor de allereerste keer ontdekt.

Mirroring Life is nog te zien t/m 10 januari 2018.

Meer informatie
André Kertész, Mirroring Life

Thee

rooibosthee-medium

We kwamen terug uit Parijs; ik had ons van Place de la Bastille via de heksenketel van de Boulevard Périphérique naar de Péage gereden en werd vanaf dat moment door maar één ding in beslag genomen: thuis zo snel mogelijk onder de wol te kunnen kruipen.

Ik heb eerder griep gehad, natuurlijk, maar ik herinner me nu vooral die keer toen ik begin twintig was en negenhoog op een studentenkamer in Utrecht woonde. Die griep duurde en duurde; mijn huisgenoten zorgden voor thee en bouillon, maar op een gegeven moment moest ik toch zelf naar buiten, ik had iets nodig, ik weet niet meer wat.

Er was een lift, trappen lopen hoefde niet; vanaf de entree was het misschien honderdvijftig meter naar de supermarkt, en ik herinner me dat ik halverwege was en het bijna niet haalde, een uiterste krachtsinspanning was er nodig die ik me ook nu, dertig jaar later, nog voor de geest kan halen.

En ja, dat is omdat deze griep lijkt op die griep. Gelukkig wordt er ook nu goed voor me gezorgd en hoef ik dit keer, goddank, het huis niet uit. Ondertussen is de jaarwisseling goeddeels aan me voorbij gegaan en ben ik het nieuwe jaar zonder goede voornemens begonnen. Maar soit, wat geeft het; nu eerst maar weer een kopje thee.

Revisie

onderdelen-horloge-medium

Toen mijn vader vijftig werd, kreeg hij van zijn ouders een gouden horloge. Zijn oude horloge deed hij af.

Dat oude horloge had hij gedragen zolang ik me herinneren kon. Aan tafel heb ik als kind eindeloos naar zijn pols gekeken, vanwege dat horloge. Het was niet bijzonder mooi, maar wel opvallend, doordat het ovaal was.

Er was nog iets dat me fascineerde. Het horloge hoefde namelijk nooit opgedraaid te worden. Dat gebeurde vanzelf door de natuurlijke beweging van de pols, een klein wonder.

Ik weet niet meer precies wanneer ik het horloge kreeg, of dat al voor, of pas na zijn dood was. Ik herinner me ook niet of ik het direct ging dragen of dat daar tijd overheen ging. Het was iets intiems, het was immers mijn vaders horloge, ik moest een drempeltje over.

Maar al snel was ik eraan verknocht. Het stond nooit stil, liep altijd min of meer goed, en ik keek er graag naar. Het viel weleens tijdens het omdoen, ik legde het soms omgekeerd weg op het glas, maar het bleef lopen en er ging geen dag voorbij dat ik het niet droeg.

Tot een jaar geleden. De datum was eerder al stil blijven staan en ineens verstarden ook de wijzers. Opdraaien en schudden hielpen niet. Ik informeerde bij een juwelier in Buitenveldert wat de reparatie zou kosten. Het was zo’n fors bedrag dat ik het erbij liet.

Tot ik bijna vijftig werd en een cadeautje mocht bedenken dat ik van iedereen zou krijgen. Ja, het oude horloge van m’n vader in goede staat brengen. Het leek wel een beetje sentimenteel om zoveel geld uit te geven aan een uurwerk dat nooit heel chique of exclusief is geweest en alleen emotionele waarde heeft, maar ja.

We gingen naar een horlogemaker in Amsterdam, maar die kwam er niet uit. Er ontbraken onderdelen en er waren onderdelen stuk. Voor een second opinion gingen we naar een goed aangeschreven horlogemaker in Culemborg. Zojuist kreeg ik bericht dat het horloge aan het proefdraaien is. Het is volledig uit elkaar geweest, alle onderdelen zijn gecontroleerd en waar nodig vervangen. Bovenstaande foto zat bij de e-mail.

En vanochtend herinnerde ik me ineens het oorspronkelijke horlogebandje weer: een soort geweven kunstvezel, heel dun en heel stevig, onverwoestbaar. En ja, ik kan het me niet werkelijk herinneren, maar ik moet als peuter bij mijn vader op de arm of op schoot eindeloos aan dat horloge gezeten hebben, gefrummeld aan het knopje, het tegen m’n oor hebben gedrukt om te luisteren. Dus ja, sentimenteel? Ik geloof dat dat wel meevalt, maar wat fijn dat het bijna klaar is en ik het weer zal kunnen dragen.